Midden februari bezocht ik na vele jaren nog eens het Picasso Museum in Parijs. Het is altijd weer verwonderlijk hoe deze man een onstuitbare scheppingsdrift had die hem altijd weer deed zoeken om met verschillende vormen en materialen uitdrukking te geven aan diverse menselijke emoties. Natuurlijk ook altijd weer de liefde tussen man en vrouw en het vrouwelijke lichaam.
Zoals dit schilderij uit 1919 met als titel 'Les amoureux' (de verliefden of geliefden) : een dansend paar dat met de benen zwaait (je hoort net niet de opzwepende muziek) en wier lichamen als het ware rondslingeren en kranten vertrappen (en zo als het ware de wrede rauwe wereld buitensluiten). De kubistische stijl zorgt voor gefragmenteerde figuren, die daardoor ook in hun kwetsbaarheid getoond worden. Dit zou je ook kunnen interpreteren als het onvermogen om de geliefde andere helemaal te kunnen (be)grijpen. In de rechterbovenhoek vermeldt Picasso zijn voorganger Eduard Manet, die ook een aantal koppeltjes heeft geschilderd, en waarvan wij weten dat Picasso een grote bewondering voor hem koesterde.
En uit 1970 nog een verliefd paar, met terug het thema muziek. Het is een werk dat op één dag is gemaakt, nl. 27 oktober 1970, "Nu couché et homme jouant de la guitare". De ogen van de beide figuren zijn prominent aanwezig, zoals verliefde mensen in elkaars ogen kunnen verdrinken.














