zondag 25 oktober 2026

Oktober

 Taal maakt soms rare kronkels. Neem nu onze namen
voor de maanden van het jaar. De laatste vier maanden
van onze jaarindeling, dus de 9e, 10e, 11e en 12e maand,
hebben als naam september (denk aan het Franse getal sept = 7),
oktober (in de muziek is een octet een muziekensemble van acht
muziekinstrumenten), november (in de katholieke kerk wordt voor
een feestdag soms een 'noveen' gebeden, negen dagen lang een
speciaal gebed in verband met het naderende feest) en december
(ons decimaal getallenstelsel is gebaseerd op het getal tien - decem
in het Latijn). 
Over de tiende (of achtste?) maand van het jaar schreef
dichter Jan Vanmeenen een kort vers in zijn bundel De zee is een zij
(uitg. p, Leuven, 2019, blz. 60).

OKTOBER

De kruinen hebben wilde kleuren.
Een boot ligt te sproeten van roest.

Dringend houdt het stilaan voor bekeken.
Slechts lichter beweging.

Er is de rust van het weten, het verzadigde
mos, de zalige stilte, het ontbladerde bos.

wie met ze meezwijgt, laat z'n lichaam los.

(Magdalenapark Kortrijk 28 oktober 2021 - foto : Marc Deconinck)


maandag 5 oktober 2026

Even pauze

 Enkele weken geleden bezocht ik het Lijsternest (Ingooigem) waar de naturalistische schrijver Stijn Streuvels woonde en werkte
van 1905 tot aan zijn dood in 1969.
In een vitrinekast zag ik een bril rustend op een uitgave van wat hijzelf
beschouwde als zijn meesterwerk "Het leven en de dood in de ast".
(eigen foto)



In de inkomhal hangen een pet en hoed naast het touw van het huisklokje die steevast om 12u 's middags werd geluid.
(eigen foto)


Met deze twee 'stillevens' wil ik ook aangeven 
dat ik er even tussenuit ben en deze blog even stil zet
en dat ik pas vanaf 25 oktober terug 
berichten zal posten op deze blog.

zaterdag 3 oktober 2026

Herfst of najaar

 
(eigen foto - najaar 2018)

We leven nu in de herfst... 

Een bijzonder woord in het Nederlands : 
zes letters met maar één klinker. 
Volgens etymologen houdt het verband met het woord 'harvest', 
het Engelse woord voor oogst en oogsten. 
Ook in andere talen klinkt de connectie door met 'oogst'... 
de herfst als beste periode om te oogsten.
Maar herfst heeft vaak een andere bijklank 
en dat horen we duidelijker in dat andere woord 
voor het seizoen tussen de zomer en de winter : 
het najaar. 
Hier klinkt al een einde in, een na, 
een voorbijheid, een afgelopen zijn.
Zo ook in dit korte vers van dichter Bert Schierbeek.

de bomen staan te roesten
in de herfstwind
de boeren verbranden
de resten van de zomer

(uit de bloemlezing : De geur van ieder najaar. Herfstgedichten. Ingeleid door Hafid Bouaza, uitg. 521, Amsterdam, 2000, blz.32)


donderdag 1 oktober 2026

Alzheimer méér dan één dag op een jaar

 
De wereld Alzeimer Dag is 21 september en in het VRT journaal kwam dit item aanbod met een filmpje van een vrouw die haar jongdemente man begeleidt. Daarna een lang verhaal over hoe groot de maatschappelijke kost is van deze ziekte : 7 miljard euro per jaar, waarvan ongeveer 2,9 miljard door de mantelzorg en dit voor ongeveer 214.700 mensen met dementie.

Al die cijfers geven mij een dubbel gevoel: er is aandacht voor deze ontmenselijkende ziekte maar tegelijk wil men klagen dat die mensen zoveel kosten en niets bijbrengen aan de samenleving. Eerlijk is eerlijk: dat is niet met zoveel woorden gezegd, maar bij die  dagdagelijkse besparingstrom voelt het niet goed bij mij dat het accent bijna uitsluitend ligt op de kosten.
Daarbij komt dat de zieke zelf erbij zit en schijnbaar alles passief ondergaat. Jonge kunstenaars hebben evenwel getoond hoe muziek, dans en aanraking momenten van verbondenheid kan creëren tussen de persoon met alzheimer en de bezoeker of verzorgende.
Ook een indrukwekkend gedicht van Joke van Leeuwen, dat ik las op de Plintpoëziekalender van dit jaar op 22 september, helpt om toch even de persoon met dementie een stem te proberen geven.

Te leven en dat leven te vergeten
met zijn gedonderjaag en doe-maar-dik
voorgoed verstrikt geraakt in eigen ik
en toch weer kleren aan en toch weer eten.

En in het hoofd een weggedreven weten
en in de ogen die verdwaalde blik
van vaag verbazen, van onvaste schrik
om wie er op bezoek zijn, hoe die heten.

Zij die hun namen kennen schuiven aan
en zitten daar van levenslust te blaken.
De zinnen die op de repeatknop staan

proberen ze welwillend af te maken.
Een kus voordat ze weer naar buiten gaan.
Zo vluchtig even een bestaan aanraken.

Dat laatste woord is vaak dé sleutel tot contact : aanraking en dat komt zo mooi als uitsmijter in dit gedicht dat je kan lezen en herlezen en nog eens herlezen omdat er altijd andere perspectieflijnen zijn en andere lagen tussen en onder de woorden en zinnen.
Een belangrijke aanvulling en in zekere zin zelfs correctie op al die cijfers die alles én tegelijk niets zeggen over wat dementie is.

dinsdag 29 september 2026

Hedwig Speliers (1935-2026)

 Enkele dagen geleden is dichter, criticus en essayist Hedwig Speliers overleden. Poëzie schrijven, beschrijven en beoordelen: dat was zijn levenswerk. Hij leefde door en voor en van en met de letteren. Hij zorgde in het land der letteren voor commotie omwille van zijn eigengereide kritische visie op Stijn Streuvels.

(Hedwig Speliers  ©De Standaard)


Als kleine blijk van waardering citeer ik hier uit zijn eigen lijvige bloemlezing met gedichten die hij schreef tijdens reizen in Frankrijk: Als God in Frankrijk (uitg. p, Leuven, 2016, 288 p.).
De bloemlezing begint met dertien Suites françaises, dertien cycli die cirkelen rond één locatie. Een van die suites betreft Saint-Romain-le-Puy (departement Loire) met zijn resten van een middeleeuwse priorij met fresco's uit de romaanse periode.

FRESCO

Ovale vormen, zware kin, de neus geplat,
stroef gelijnde mond en kijkend in de dood
de ogen oriëntaals en eindeloos groot - 

hier was een kunstenaar anoniem
en hevig bezig met zijn penselen.
Zijn hand trilt na, verstild palet
waarop de engel breekbaar neergezet

de engel die de boodschap brengt.
In het licht van het transept
volg ik hem, een sterven ongerept.
(uit : Speliers, Hedwig, Als God in Frankrijk, uitg. p, Leuven, 2016, blz. 132)

zondag 27 september 2026

Oog in oog met de barok

 Nog tot en met 25 oktober zijn in 's Hertogenbosch vijftien schilderijen te zien die normaal thuis horen in de Antwerpse Sint Pauluskerk. Omwille van een restauratiecampagne hangen deze reeks doeken nu niet vier meter hoog, maar op ooghoogte in het Noordbrabants Museum. Een buitenkansje om deze serie barokke werken van dichtbij te zien en er alle details te kunnen bekijken. 
(normale opstelling schilderijen - ©sintpaulusantwerpen)


Het betreft 15 werken die alle geschilderd werden rond 1610-1620. Elk doek kreeg als onderwerp een van de zogenaamde 15 mysteries van de rozenkrans. De rozenkrans is een gebedssnoer dat gelovigen begeleidt om gedurende het bidden van tien weesgegroetjes een bepaalde passage uit het leven van Maria en Jezus te overwegen. De 15 meditatiethema's voor de Pauluskerk werden geschilderd door niet de minsten zoals Pieter Paul Rubens, Antoon Van Dyck, Jacob Jordaens, David Teniers, Cornelis De Vos, Hendrik Van Balen, Arnout Vinckenborgh en anderen.
Een voorbeeld : het laatste schilderij in de reeks van de hand van Arnout Vinckenborgh toont de kroning van Maria door Jezus en God de Vader (met wereldbol in zijn hand).
Maar hier kun je pas op ooghoogte de details zien van het goudbrokaatgewaad van God de Vader.
(eigen foto's)


Een staalkaart van de Antwerpse barokke schilderkunst uit de tweede decade van de zeventiende eeuw. Deze reeks werd in het Noordbrabants museum aangevuld met enkele hedendaagse kunstwerken die het gebedssnoer thematiseren en actualiseren.
 

woensdag 23 september 2026

Ze vallen al ...

 De hete zomer heeft de natuur geen goed gedaan.
Vele bomen beginnen vroeg hun herfstkleed te tonen.
Vele bladeren houden het niet langer en lossen de boom.


(eigen foto)
WINGERD

Blad dat zich losmaakt
van de muur, zijn steel
laat staan, zich waagt
aan vliegen, het drijft
rood en gekromd mijn
raam voorbij, van tijd
vervuld, een vlinder in
verval, op weg naar wat
steeds lager liggen zal.

(T. van Deel in : De Geest, Dirk, Dichter in de bloemen, Leuven, uitgeverij Davidsfonds, 1995, blz. 27)