zaterdag 3 oktober 2026

Herfst of najaar

 
(eigen foto - najaar 2018)

We leven nu in de herfst... 

Een bijzonder woord in het Nederlands : 
zes letters met maar één klinker. 
Volgens etymologen houdt het verband met het woord 'harvest', 
het Engelse woord voor oogst en oogsten. 
Ook in andere talen klinkt de connectie door met 'oogst'... 
de herfst als beste periode om te oogsten.
Maar herfst heeft vaak een andere bijklank 
en dat horen we duidelijker in dat andere woord 
voor het seizoen tussen de zomer en de winter : 
het najaar. 
Hier klinkt al een einde in, een na, 
een voorbijheid, een afgelopen zijn.
Zo ook in dit korte vers van dichter Bert Schierbeek.

de bomen staan te roesten
in de herfstwind
de boeren verbranden
de resten van de zomer

(uit de bloemlezing : De geur van ieder najaar. Herfstgedichten. Ingeleid door Hafid Bouaza, uitg. 521, Amsterdam, 2000, blz.32)


donderdag 1 oktober 2026

Alzheimer méér dan één dag op een jaar

 
De wereld Alzeimer Dag is 21 september en in het VRT journaal kwam dit item aanbod met een filmpje van een vrouw die haar jongdemente man begeleidt. Daarna een lang verhaal over hoe groot de maatschappelijke kost is van deze ziekte : 7 miljard euro per jaar, waarvan ongeveer 2,9 miljard door de mantelzorg en dit voor ongeveer 214.700 mensen met dementie.

Al die cijfers geven mij een dubbel gevoel: er is aandacht voor deze ontmenselijkende ziekte maar tegelijk wil men klagen dat die mensen zoveel kosten en niets bijbrengen aan de samenleving. Eerlijk is eerlijk: dat is niet met zoveel woorden gezegd, maar bij die  dagdagelijkse besparingstrom voelt het niet goed bij mij dat het accent bijna uitsluitend ligt op de kosten.
Daarbij komt dat de zieke zelf erbij zit en schijnbaar alles passief ondergaat. Jonge kunstenaars hebben evenwel getoond hoe muziek, dans en aanraking momenten van verbondenheid kan creëren tussen de persoon met alzheimer en de bezoeker of verzorgende.
Ook een indrukwekkend gedicht van Joke van Leeuwen, dat ik las op de Plintpoëziekalender van dit jaar op 22 september, helpt om toch even de persoon met dementie een stem te proberen geven.

Te leven en dat leven te vergeten
met zijn gedonderjaag en doe-maar-dik
voorgoed verstrikt geraakt in eigen ik
en toch weer kleren aan en toch weer eten.

En in het hoofd een weggedreven weten
en in de ogen die verdwaalde blik
van vaag verbazen, van onvaste schrik
om wie er op bezoek zijn, hoe die heten.

Zij die hun namen kennen schuiven aan
en zitten daar van levenslust te blaken.
De zinnen die op de repeatknop staan

proberen ze welwillend af te maken.
Een kus voordat ze weer naar buiten gaan.
Zo vluchtig even een bestaan aanraken.

Dat laatste woord is vaak dé sleutel tot contact : aanraking en dat komt zo mooi als uitsmijter in dit gedicht dat je kan lezen en herlezen en nog eens herlezen omdat er altijd andere perspectieflijnen zijn en andere lagen tussen en onder de woorden en zinnen.
Een belangrijke aanvulling en in zekere zin zelfs correctie op al die cijfers die alles én tegelijk niets zeggen over wat dementie is.

dinsdag 29 september 2026

Hedwig Speliers (1935-2026)

 Enkele dagen geleden is dichter, criticus en essayist Hedwig Speliers overleden. Poëzie schrijven, beschrijven en beoordelen: dat was zijn levenswerk. Hij leefde door en voor en van en met de letteren. Hij zorgde in het land der letteren voor commotie omwille van zijn eigengereide kritische visie op Stijn Streuvels.

(Hedwig Speliers  ©De Standaard)


Als kleine blijk van waardering citeer ik hier uit zijn eigen lijvige bloemlezing met gedichten die hij schreef tijdens reizen in Frankrijk: Als God in Frankrijk (uitg. p, Leuven, 2016, 288 p.).
De bloemlezing begint met dertien Suites françaises, dertien cycli die cirkelen rond één locatie. Een van die suites betreft Saint-Romain-le-Puy (departement Loire) met zijn resten van een middeleeuwse priorij met fresco's uit de romaanse periode.

FRESCO

Ovale vormen, zware kin, de neus geplat,
stroef gelijnde mond en kijkend in de dood
de ogen oriëntaals en eindeloos groot - 

hier was een kunstenaar anoniem
en hevig bezig met zijn penselen.
Zijn hand trilt na, verstild palet
waarop de engel breekbaar neergezet

de engel die de boodschap brengt.
In het licht van het transept
volg ik hem, een sterven ongerept.
(uit : Speliers, Hedwig, Als God in Frankrijk, uitg. p, Leuven, 2016, blz. 132)

zondag 27 september 2026

Oog in oog met de barok

 Nog tot en met 25 oktober zijn in 's Hertogenbosch vijftien schilderijen te zien die normaal thuis horen in de Antwerpse Sint Pauluskerk. Omwille van een restauratiecampagne hangen deze reeks doeken nu niet vier meter hoog, maar op ooghoogte in het Noordbrabants Museum. Een buitenkansje om deze serie barokke werken van dichtbij te zien en er alle details te kunnen bekijken. 
(normale opstelling schilderijen - ©sintpaulusantwerpen)


Het betreft 15 werken die alle geschilderd werden rond 1610-1620. Elk doek kreeg als onderwerp een van de zogenaamde 15 mysteries van de rozenkrans. De rozenkrans is een gebedssnoer dat gelovigen begeleidt om gedurende het bidden van tien weesgegroetjes een bepaalde passage uit het leven van Maria en Jezus te overwegen. De 15 meditatiethema's voor de Pauluskerk werden geschilderd door niet de minsten zoals Pieter Paul Rubens, Antoon Van Dyck, Jacob Jordaens, David Teniers, Cornelis De Vos, Hendrik Van Balen, Arnout Vinckenborgh en anderen.
Een voorbeeld : het laatste schilderij in de reeks van de hand van Arnout Vinckenborgh toont de kroning van Maria door Jezus en God de Vader (met wereldbol in zijn hand).
Maar hier kun je pas op ooghoogte de details zien van het goudbrokaatgewaad van God de Vader.
(eigen foto's)


Een staalkaart van de Antwerpse barokke schilderkunst uit de tweede decade van de zeventiende eeuw. Deze reeks werd in het Noordbrabants museum aangevuld met enkele hedendaagse kunstwerken die het gebedssnoer thematiseren en actualiseren.
 

woensdag 23 september 2026

Ze vallen al ...

 De hete zomer heeft de natuur geen goed gedaan.
Vele bomen beginnen vroeg hun herfstkleed te tonen.
Vele bladeren houden het niet langer en lossen de boom.


(eigen foto)
WINGERD

Blad dat zich losmaakt
van de muur, zijn steel
laat staan, zich waagt
aan vliegen, het drijft
rood en gekromd mijn
raam voorbij, van tijd
vervuld, een vlinder in
verval, op weg naar wat
steeds lager liggen zal.

(T. van Deel in : De Geest, Dirk, Dichter in de bloemen, Leuven, uitgeverij Davidsfonds, 1995, blz. 27)

maandag 21 september 2026

Laat het hoop brengen

 In een column in de Poëziekrant (jg.50, nr.3, blz. 63) van juli-september 2026 schrijft Peter Verhelst over de Biënnale van Venetië 2026 die opent met een tweeluik, een schilderij van de Senegalese Issa Samb en een gedicht van de Palestijn Refaat Alarir. Verhelst citeert uit de begeleidende tekst van dat kunstgebeuren : "...dichters kijken verder dan het zicht reikt, meten de tijd buiten de conventies van de kalender om; zij kijken vooral naar daden, vergeven mislukkingen en geloven in herstel." Verhelst stapt in het spoor van het Xhosa-volk (een etnische groep in Zuid-Afrika) die dichters ziet als hoeders van cultuur, kennis en geschiedenis. Die herinneren de mensen eraan wat de mensen heeft gemaakt tot wie ze zijn. Verhelst plaatst het gedicht van Alarir in die traditie en bezorgt zelf een vertaling van dat vers, dat voor zich spreekt.
(meisje in het puin van Gaza - ©unicef nl)


Als ik moet doodgaan,
moet jij leven
om mijn geschiedenis te vertellen
om mijn spullen te verkopen
om een stuk stof te kopen
en wat touwtjes
(maak er een witte van met een lange staart)
zodat een kind, ergens in Gaza
terwijl het de hemel in de ogen kijkt
wachtend op zijn vader die in een vuurzee verdween -
en van niemand afscheid nam
zelfs niet van zijn vlees
zelfs niet van zichzelf - 
de vlieger ziet, mijn vlieger die jij hebt gemaakt, hoog in de lucht vliegend
en even denkt dat daar een engel is
die liefde terugbrengt
Als ik moet doodgaan
laat het dan hoop brengen
laat het een verhaal zijn.

zaterdag 19 september 2026

Het Lijsternest - 2 -

 Een bezoek aan het schrijvershuis 'Het Lijsternest' in Ingooigem waar Stijn Streuvels ruim zestig jaar gewoond en geschreven heeft is nog mogelijk tot eind september. Dan sluit het tot volgend voorjaar om enkel nog te worden gebruikt als schrijversresidentie . 
Het huis zelf bezoek je op eigen ritme met een tablet in de hand die per ruimte een korte algemene uitleg geeft en enkele objecten wat nader toelicht. Daardoor géén bordjes bij schilderijen of voorwerpen, wat de 'huiselijkheid' bevordert. 
Veel kunstwerken aan de muur (schilderijen of tekeningen) of op een kast (sculpturen) zijn speciaal gemaakt als geschenk aan Streuvels. De artiest die het maakte noteerde vaak in de rand zelf 'aan Streuvels' of iets van die strekking. Streuvels omringde zich dus met artistieke, 'gestolde' vriendschapsbetuigingen naast herinneringen aan zijn literaire familieleden Guido en Cesar Gezelle en aan reizen. 
De Brugse kunstschilder Rik Slabbinck (1914-1991) schilderde bijvoorbeeld drie portretten van Streuvels in de jaren 1956-1957. Het eerste van deze drie hangt in het Lijsternest.
(portret door Rik Slabbinck 1956 - eigen foto)

(tekening van Charley Toorop voor Streuvels -dedicatie in rechterbenedenhoek - eigen foto)


Zijn boekenkast toont zijn brede interesse en zijn talenkennis (autodidact als hij was las hij vlot Franse en Duitse boeken) met natuurlijk véél literatuur.
(dodenmasker van de oom van Streuvels,  Guido Gezelle - eigen foto)