Ouders met jonge kinderen weten het :
de waarom-vraag is onbarmhartig halsstarrig.
Met het klimmen der jaren blijft de vraag waarom,
maar de toonaard verandert.
De wetenschappers zoeken antwoord op fenomenen allerhande :
waarom kan er leven zijn in het stikkedonker van de diepste oceanen?
waarom leven mensen op sommige plaatsen langer dan op andere? waarom enz...
De politici zoeken antwoord op hun eigen falen en verdwalen:
waarom blijven mensen hun geluk zoeken bij 'ons' ondanks de strenge grensbewaking?
waarom willen mensen niet langer (afstompend) werken? waarom enz...
De kunstenaars zoeken woorden, beelden, muzieknoten als antwoord.
Maar de vraag waarom blijft overeind,
altijd weer, altijd anders.
De dichter Julius Chingono (1946-2011) uit Zimbabwe
weet het antwoord,
(met dank aan vertaler Jabik Veenbaas).
IK WEET WAAROM
Ik weet waarom een arme vrouw
zingt
Ze zingt omdat ze weet
dat een dichte mond
slechte adem strikt
die mogelijke weldoeners
wegjaagt
Ik weet waarom een arme vrouw
slaapt
ze slaapt omdat ze weet
dat haar dromen vervuld worden
als ze slaapt
op haar koninginnenbed
Ik weet waarom een arme vrouw
neerknielt en bidt
Ze bidt tot God
Ze weet dat God zijn uitverkorenen heeft
Ze bidt dat God
overvloedige rijkdommen schenkt
aan de uitverkorenen
want dan kunnen de uitverkorenen die
weer weggooien
zodat zij haar hart kan ophalen
aan hun vuilnisemmers.
(uit: Hotel Parnassus. Poëzie van dichters uit de hele wereld.
Poetry International 2004, Amsterdam, uitg. De Arbeiderspers, 2004, blz.19)







