de vele wielerwedstrijden tussen eind februari en eind april,
die elk weekend opnieuw
hun plaats opeisen langs de weg
en in de media.
Men komt er naar toe van heinde en verre,
en in die maanden worden de benen
en de fietskettingen gesmeerd
bij menige liefhebber
om even het échte koersgevoel zelf te beleven.
Het is met andere woorden de tijd voor klasbakken,
zoals dichter Jan Boerstoel dit bezingt
(oorspronkelijk in zijn bundel Veel werk, 2000).
TIJD VOOR KLASBAKKEN
De lente komt, het peloton is los,
een kleurig lint trekt over de kasseien.
Er zit weer brood in de betonnen dijen
van Rooks en Van der Poel en Oosterbosch.
In naam van sponsor en van palmares
wordt dat weer snokkend naar de meet toe trappen,
op een dieet van pap en runderlappen,
en afzien om den wille van succes.
Dus, wielervrienden, laat je maar weer horen...
De lente komt, we zitten weer van voren!
(uit: Het geluid van de lente. Lentegedichten. Ingeleid door Ingmar Heytze, Uitgeverij 521, Amsterdam, 2001, blz.35)









