 |
| (eigen foto) |
In het dorp Ingooigem (deel van de gemeente Anzegem) in het zuiden van West-Vlaanderen is de herinnering aan de schrijver Stijn Streuvels (1871-1969) genesteld in zijn vroegere woonhuis, het 'Lijsternest', dat als museum en schrijversresidentie is ingericht. Met schaamrood op de wangen beken ik dat het nu pas is dat ik hier een bezoek heb gebracht, ook al was ik destijds bij de begrafenis van de schrijver aanwezig.
Een bijzondere en eigenzinnige man was die Streuvels, zoveel is duidelijk bij het bezoek aan zijn huis. En er overviel mij enige weemoed. Eenmaal thuis gekomen zocht ik in mijn boekenkast naar wat ik had staan van Streuvels... Naast de gekende 'toppers' (De vlasschaard, Leven en dood in de ast, enz.) stond een minder bekende bundel met verhalen en overpeinzingen, verschenen in 1924 onder de titel : 'Herinneringen uit het verleden'. Al bladerend kwam ik bij een hoofdstuk met de titel Het lied van de weemoed. En zo begon ik dit korte hoofdstukje te lezen, verwonderd hoe herkenbaar dit nog was na honderd jaar.
"Het verleden ligt in 's menschen geheugen in onderscheidene lagen, de eene boven de andere gestapeld, gelijkt het erts in de ondergrondsche aardkorst; - niet naar tijdsorde gerangschikt, of alle even bloot en duidelijk, want sommige voorvallen en gebeurtenissen, uit ons later levens zelfs, laten geen 't minste speur in onze herinnering na, - ze liggen er verdoofd, vergeten, weggeveegd, verloren... Waar anders, alledaagsche dingen zonder groote beteekenis of belang, uit onze kinderjaren of vroege jeugd zelfs, scherp en duidelijk afgelijnd in onze geest blijven als eene bestendige tegenwoordigheid."
 |
(eigen foto het pijpenrek van Streuvels) |
Dan verkent Streuvels allerlei aspecten van de weemoed, de mengeling van geluk, pijn, verdriet en vreugde, de dunne draad tussen verleden en heden enz. "Het weemoeds-begrip, onder den vorm gelijk het mij nu bekend is, heb ik opgedaan in mijn vroegste kinderjaren. Ik herinner mij het hopeloos wee en het onuitsprekelijk verdriet om een vogel dien ik in de hand kreeg - toppunt van alle denkelijk geluk bij een jongen!- maar die er door mijn eigen onbehendigheid op denzefden stond ontsnapte en zijne vrijheid herwon- contrast van hevige vreugd en diepste ontgoocheling, die 't smartelijkst verdriet voor onmiddellijk gevolg had. In mijne herinnering staat dit verdriet nu echter op het achterplan en het voorval zelf is eene kostelijkheid geworden waaraan ik met genoegen terugdenkt, omdat ik er mezelf in dit verre verleden zie uitgebeeld, met al de kleine, nietige dingen er rond, die mij nu dierbaar toeschijnen."En zo blijft hij nog even verder onderzoeken wat weemoed betekent. De inrichting van het Lijsternest is zo als het was bij het overlijden van de schrijver, met vele persoonlijke souvenirs en cadeau's van andere kunstenaars, met héél véél boeken en vele kleine en grotere voorwerpen die de mens en de schrijver even dichterbij brengen.
Prikkels genoeg om in een weemoedige bui terecht te komen...