De Nederlandse Judith Herzberg (1934) was reeds als jonge
dichteres de immer verwonderde vrouw die zich laat aanspreken door de kleine en grote dingen des levens. Als kind leefde ze jaren ondergedoken tijdens Wereldoorlog II en haar ouders waren ondertussen weggevoerd naar Nazikampen. Die overleefden de oorlog, maar deze ervaringen zullen haar observatievermogen wel aangescherpt hebben. Ze schrijft met gewone woorden over het kleine en grote (on)geluk. Zo ook in dit vers van 22 juni 1964...
![]() |
| (Judith Herzberg - ©Theaterkrant) |
dichteres de immer verwonderde vrouw die zich laat aanspreken door de kleine en grote dingen des levens. Als kind leefde ze jaren ondergedoken tijdens Wereldoorlog II en haar ouders waren ondertussen weggevoerd naar Nazikampen. Die overleefden de oorlog, maar deze ervaringen zullen haar observatievermogen wel aangescherpt hebben. Ze schrijft met gewone woorden over het kleine en grote (on)geluk. Zo ook in dit vers van 22 juni 1964...
STADSGELUIDEN
Stadsgeluiden in de warme nacht
hebben, als op een schilderij, een achtergrond.
Een vliegtuig ronkt tegen een fond van auto's
een bromfiets schiet luidruchtig links omlaag.
Ik hoor het graag, het doet me denken aan
22 juni 1964, dat is vanavond.
(uit: Suburbia. De mooiste gedichten over de stad uit Nederland & Vlaanderen. Verzameld door Johan van Cauwenberg, uitg. p, Leuven, 2003, blz. 244)


















