Hester Knibbe vindt het wel vervelend om je hart uit je lijf te lopen zonder vooruit te gaan op zo'n loopband in het fitnesscentrum.
![]() |
(foto gevonden op internet) |
Na in de overige gedichten van deze kleine cyclus 'Fit for Hell' mythologische figuren te hebben opgevoerd, komt de dichter nu zelf naar voor.
IK
Is dit een droom? Ik ren maar
kom niet van mijn plek, de wereld glijdt
maf onder mij vandaan met meer of minder vaart en ik
ik ren de longen uit mijn bast, want anders
val ik ervan af, verdwijn. Is dit
een wedloop met de schijn, besta ik
hier als baas of slaaf, ben ik mijn wil of
word ik opgejaagd? Die gast op rechts holt
ook de uren weg, vers zweet loopt sliertig
langs zijn vel. Straks droogt hij op en
is niet meer. Zolang ik hijgend poot na poot
verzet zal ik bestaan. Kijk, die op rechts
geeft er de brui al aan.
(Poëziekrant jg.40, nr.1, blz.13)