woensdag 2 april 2025

Zwarte kunstenaars tonen zichzelf - 5 -

 In een laatste bericht over de tentoonstelling "When We See Us" (nog tot 10 augustus in BOZAR Brussel) wil ik even stilstaan bij enkele schilderijen die het schildersambacht tot thema hebben. Dat zien we bij de schilder Richard Mudariki (1985 - Zimbabwe) die zijn opleiding genoot o.a. in Harare. Hij herneemt vaak iconische schilderijen uit de westerse klassieke traditie om ze te herinterpreteren vanuit zijn Afrikaanse achtergrond. Zo zien we hemzelf afgebeeld tussen zijn voorbeelden en inspiratiebronnen zoals vele Westerse kunstenaars ook zichzelf vaak hebben afgebeeld in hun atelier tussen werken van hun voorbeelden. Een werk uit 2016.
(Richard Mudariki : History of Art in Zimbabwe - foto: Marc Deconinck)


Bij Roméo Mivekannin (1986) uit Ivoorkust, maar momenteel werkzaam in Frankrijk en Benin, zien we hoe hij in klassieke Europese schilderijen uit vooral de 19e eeuw de blanke hoofdfiguren herschept tot Afrikaanse mensen. In Bozar zagen we hoe hij een werk van Felix Vallotton een zwarte toets geeft.
(Roméo Mivekannin : Le modèle noir, d'après Félix Vallotton - foto: Marc Deconinck)


maandag 31 maart 2025

Zwarte kunstenaars tonen zichzelf - 4 -

 In vorige berichten heb ik al een aantal redenen weergegeven om de bijzondere tentoonstelling in Bozar (Brussel) te bezoeken : "When We See Us" over zwarte figuratieve schilderkunst uit de pan-afrikaanse gemeenschap. De schilderijen zijn gegroepeerd rond zes thema's, waarvan voor West-Europese toeschouwers niet alle even evident samen passen in één parcours. De thema's zijn: het alledaagse leven ; rust ; triomf en emancipatie ; sensualiteit ; spiritualiteit ; vreugde en feest.
Hier wil ik nog even stilstaan bij de thema's rust en spiritualiteit.
Rust...Voor de 'hardwerkende Vlaming' klinkt het bijna als een vloek. Toch ademen vele schilderijen in deze expo een rust en evenwicht uit, waar wij kunnen op jaloers zijn. De kunst van het luieren om zo tot een verbinding te komen tussen geest, ziel en lichaam en tot onbeschaamde rust. Ook dit is iets wat wij misschien meer zouden mogen leren mede dank zij deze tentoonstelling. Er is tijd voor werken én voor rusten want de kwaliteit van het leven drijft maar ten volle boven bij het luieren en (samen) genieten.
Zo zien we een groepje jongens in kleurige outfits hangen rond een auto en een stralende jonge vrouw en we zien ze genieten van elkaars nabijheid in een schilderij uit 2021 van Marc Padeu (1990) uit Kameroen.
(Marc Padeu : All the Light on Me - eigen foto)


Een ander minder evident thema voor ons is 'spiritualiteit'. Op een begeleidend tekstpaneel lees ik : "Onze spiritualiteit kan niet van het dagelijks leven onderscheiden worden. Ze is veelzijdig en complex. Ze is onze manier om het universum te begrijpen en ons bestaan te verbeteren. We belichamen ons drievoudig erfgoed, wat Ali Mazrui beschrijft als een erfgoed geworteld in de inheemse cultuur, samen met het christendom en de islam." Hierbij een werk van de Nigeriaanse artiest Alex Shyngle (1957-2001) uit 1995 : Ritual Dance.

(eigen foto)


zaterdag 29 maart 2025

Zwarte kunstenaars tonen zichzelf - 3 -

 De tentoonstelling "When We See Us", in Bozar Brussel te zien tot 10 augustus, toont zwarte kunstenaars uit de voorbije honderd jaar. Naast de nieuwe namen om te ontdekken en de soms bijzondere technieken die gebruikt worden is er nog een reden om deze expo te bezoeken: de niet-problematiserende insteek. De essentie van deze tentoonstelling is een genuanceerd verhaal van het zwarte leven met een bijzondere focus op het feest, de triomf en de sensualiteit. We krijgen een kleurrijke reeks van schilderijen te zien die een mens gelukkig maken. Nu eens niet de schijnwerpers op de problemen en de armoede en de uitbuiting, maar op de veerkracht, de levenslust en de fierheid. Hieronder drie voorbeelden.
Er is een portret van de uit Zimbabwe afkomstige maar nu wonende in Groot-Brittannië, Kudzanal-Violet Hwami (1993) met als titel An Evening in Mazowe (2019). De waardigheid en het genieten van de avondlijke rust straalt zo op de toeschouwer af. Je wordt er zelf rustig bij.
(foto : Marc Deconinck)


Feest, dat spat van het schilderij van Nestor Vuza Ntoko (1954). Deze Congolese schilder moest onder president Mobutu het land verlaten en verbleef toen in ballingschap in Luik. In het onderstaande werk zie je een concert met muziekbandje op een podium en dansende mensen ervoor. De titel zegt dat ze de kwasa-kwasa dansen, een dans in Kinshasa ontstaan in de jaren 1980, gekenmerkt door cirkelvormige heupbewegingen. 
(eigen foto)


Sensualiteit en rust straalt dan weer uit het schilderij van de Nigeriaanse artiest Olusegun Adejumo (1965). Ovie's Repose uit 2012 is een kleurrijk, suggestief en sprankelend werk van een rustend iemand, alsof die net zware inspanningen heeft gedaan. 

(foto : Marc Deconinck)



Hier wil ik ook nog vermelden dat het bezoek aan de tentoonstelling wordt begeleid door een soundscape, die de verschillende thema's passend auditief versterken. Op sommige momenten wil je zomaar mee heupwiegen op de muziek terwijl je naar schilderijen van dansende mensen kijkt. Ook zo wordt het 'Black Joy'-gevoel versterkt.

donderdag 27 maart 2025

Zwarte kunstenaars tonen zichzelf - 2 -

 In Bozar in Brussel is een interessante tentoonstelling te zien tot 10 augustus met "pan-afrikaanse" artiesten die vooral de 'black joy' in hun gemeenschap willen tonen. Naast het feit dat je veel nieuwe namen kan leren kennen, loont het ook de moeite om deze tentoonstelling te bezoeken om te genieten van kleur en creativiteit. Vele kunstenaars schilderen in de eerste plaats maar aarzelen niet om hun werken met andere technieken te verrijken (collage, prints, tekenen...). 

Zo is er Neo Matioga (1993), geboren in Zuid-Afrika en daar opgegroeid, maar nu ook gedeeltelijk wonend en werkend in Amsterdam. Zijn schilderijen zijn veelal in zwart-wit met collage-elementen, zoals ook dit portret Mmadira uit 2020.

(foto : Marc Deconinck)


Een andere artiest die een andere bijzondere vorm van collage toepast is Yoyo Lander (1986), een Amerikaanse die zich laat inspireren door de schilder Kerry James Marshall en door de Senegalese beeldhouwer El Anatsui. Ze beschildert aquarel papier en verknipt deze vellen om ze tot een nieuw geheel samen te kleven, zoals dit grote werk (167 x 106 cm) I Can't Keep Making the Same Mistakes uit 2021. Je ziet eerst het gehele werk en dan toon ik een detail van een hand om de bijzondere techniek beter te illustreren.



(eigen foto)


(eigen foto)


De kleurrijke figuratieve schilderijen verrassen dus soms ook door hun gebruikte technieken.


 

dinsdag 25 maart 2025

Zwarte kunstenaars tonen zichzelf - 1 -

 Nog tot 10 augustus kan je in Brussel de bijzondere tentoonstelling bezoeken When We See Us : een eeuw pan-Afrikaanse figuratieve schilderkunst. In BOZAR is een parcours gemaakt rond zes thema's waarbij meer dan 150 schilderijen tonen hoe zwarte kunstenaars zichzelf en hun gemeenschappen zien. 
Bij mijn bezoek was een eerste feit dat opviel hoe weinig kunstenaars ik kende. Het deed mij denken aan een bezoek aan het museum van schone kunsten in Helsinki waar ook het overgrote deel van de kunstenaars mij totaal onbekend was. We leven, ondanks de vele technologische mogelijkheden toch veelal in een Westerse/West-Europees-Amerikaanse culturele bubbel. Dus al een eerste reden om die tentoonstelling te bezoeken: de eigen blik verruimen en kennis maken met een resem interessante artiesten.
Zo is er werk te zien van Aboubacar Diané (1960-2017), een Senegalese artiest die alledaagse scenes schildert op gevonden houten planken of stukken stof. Zelf situeerde hij zich in de sfeer van de 'art brut'. Zijn huis was ook zijn atelier én zijn galerie waar hij zijn werken verkocht. Hier een paneeltje waarin hij met veel humor én een belerende boodschap een doordeweeks verhaal vertelt...de terugkomst thuis.
(eigen foto)



Een andere mij tot dan toe totaal onbekende artiest is de Congolees Moké (1950-2001). Zijn echte naam was Monsengwo Kejwamfi en hij toont het dagelijkse leven in het post-koloniale Congo zonder zich te focussen op de politieke verwikkelingen. Hij werkte en woonde in Kinshasa en liet zich inspireren door documentaire foto's, reclamepanelen en het stedelijke leven in Kinshasa. Hij toont vaak met veel humor de veelkleurige dagelijkse realiteit van een Afrikaanse grootstad met zijn leven op straat en zijn bruisende en broeierig nachtleven. Zo ook op dit schilderij uit 1983 : Kin oyé ou Couleur Madiokoko à Matonge.

(eigen foto)
Zoals je in deze werken kan zien is de ondertitel van de tentoonstelling niet gelogen : het betreft allemaal figuratieve schilderkunst.







zondag 23 maart 2025

Dichtersaccolade - Korteweg omarmt Hoornik

 


De titel van dit bericht dekt niet helemaal de lading. Het gaat niet alleen over Anton Korteweg (1944) en Ed Hoornik (1910-1970), maar omdat Korteweg zijn vers opdraagt aan collega-schrijver Luuk Gruwez (1953) zou hij er ook bij mogen. Schalks schrijft Korteweg over Gruwez, ook al beweerd hij het niet te zeggen in de tweede lijn van de tweede strofe.


Maar wat deze drie bijeenbrengt is hun liefde voor de poëzie en voor de vrouwen. De titel van het vers van Korteweg (te lezen in Het liegend konijn (2020/2, blz. 147) is duidelijk.

LEVE DE POEZIE !
   
    (voor Luuk Gruwez)

Of 't nou bij meneer Tintel was op 't gym,
mijn leraar Nederlands in Dordt met maar één arm,
of in de bloemlezing Dichters van dezen tijd,
als knaap was ik verrukt : beminde je een vrouw
ontkwam je aan de dood en werd je even
weggerukt uit het aards bestaan. Net wat ik wou.
Ed Hoornik kon na dit verrukkelijk perspectief
als favoriete dichter niet meer stuk.
Dat kwam ook door zijn kleine dochter van Jaïrus,
van wie het haar zo listig zonder zwier is.

Een jaar of vijftien later, pas getrouwd, las ik
bij een gerespecteerd collega, 'k zeg niet wie,
over een voelspriet in een warme schacht
gretig de lust van de geslachten aftastend
tot aan het oerslijm. 'k Kreeg het Spaans benauwd
en dankte God : ik had al nageslacht.



vrijdag 21 maart 2025

Dichtersaccolade - Herbert omarmt Krynicki

 


De Poolse dichter Zbigniew Herbert (1924-1998) die onder het communistische bewind omzichtig schreef, flirtend met de grens van de censuur, schreef in begin jaren 1980 een vers aan zijn jongere collega Ryszard Krynicki (1943) , die zich ook staande probeerde te houden onder het communistische regime. Het gedicht is een lange mijmering over de vragen, twijfels en pogingen om zijn authenticiteit te bewaren in een onderdrukkende samenleving en over wat poëzie nu (waard) is. De oudere Herbert herkent in ongeveer twintig jaar jongere dichter een zielsverwant.




AAN RYSZARD KRYNICKI - EEN BRIEF

Er zal niet veel overblijven Ryszard werkelijk niet veel
van de poëzie van deze krankzinnige eeuw Rilke Eliot zeker
nog een paar andere waardige sjamanen die het geheim kenden
de woorden bezwoeren de vorm die de tijd kan weerstaan
zonder welk geen zinsnede het gedenken waard is en alle taal
       als zand

onze schoolschriften oprecht gekweld
zullen met hun spoor van zweet tranen bloed
voor de eeuwige correctrice zijn als de tekst van een liedje
       zonder muziek
edel rechtschapen en al te vanzelfsprekend

te gemakkelijk geloofden we dat schoonheid niet redt
lichtzinnigen van droom tot droom naar de dood voert
niemand van ons is het gelukt de nimf van de populier te
       wekken
het schrift van de wolken te lezen
daarom zal de eenhoorn onze sporen niet volgen noch
zullen wij het schip in de baai de pauw de roos doen herleven
ons rest de naaktheid en naakt staan we
aan de rechter de goede kant van de triptiek
Het Laatste Oordeel

op onze tengere schouders namen we publieke zaken
de strijd met de tirannie de leugen de optekening van het lijden
maar onze tegenstanders - zul je toegeven - waren verachtelijk
       klein
loonde het daarom de heilige taal te verlagen
tot het gewauwel van de tribune zwart krantenschuim

er is Ryszard in onze gedichten zo weinig vreugde de 
       dochter van de goden
te weinig lichtende schemeringen spiegels lauweren
       vervoering
niets dan duistere psalmodieën gestotter van een beetje leven
urnen vol as in een verbrande tuin

       welke krachten zijn nodig om in weerwil van het lot
       de vonnissen van de geschiedenis de menselijke
            ongerechtigheid
       in de hof des verraads te fluisteren - de stilte van de nacht

       welke krachten van de geest zijn nodig
       in den blinde wanhoop tegen wanhoop slaand
       een vonkje licht te doen opflikkeren sein tot verzoening

       zodat de rondedans op het dichte gras eeuwig duurt
       de geboorte van elk kind wordt gevierd en alle begin
       de geschenken van lucht aarde water en vuur

ik weet het niet - m'n beste - daarom
stuur ik je deze uilenraadsels in de nacht
een welgemeende handdruk 
                                                 en een groet van mijn schaduw

(uit : Herbert, Zbigniew, Verzamelde gedichten. Vertaling Gerard Rasch, Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 2000, blz. 386-387)