De Vlaamse dichter Marleen de Crée (1941-2021) schreef een cyclus 'voor Frans Van den Bergh' met de bekende Latijnse spreuk Tempus fugit (de tijd vlucht of vliegt voorbij) als titel. De man van de Crée was directeur bij Janssen Pharmaceutica, waar Frans Van den Bergh bestuurder was tot 1981. Van den Bergh overleed in oktober 1990. Dus vermoed ik dat de cyclus is opgedragen aan deze man.
Deze gelegenheidsbundel is alleen gepubliceerd in een uitgave uit 1990 van het Poëziecentrum, Gent, met gedichten uit de periode 1969-1989 onder de titel Over de brug der aarzelingen.
De cyclus Tempus Fugit bestaat uit dertien gedichten, elke maand een, altijd gedateerd op de negende van die maand en een slotvers 'coda'.
In elk gedicht vervlecht de Crée natuurobservaties met de menselijke levensloop en het menselijke verlangen naar/tekort aan liefde en vriendschap.
Op deze negende januari is dit eerste vers van deze cyclus in de sonnetvorm. Over deze sonnetvorm zei ze ooit : "Deze dichtvorm beantwoordt aan de twee belangrijkste technische vereisten die ik mezelf stel bij het schrijven, namelijk muzikaliteit en vormdiscipline." (zie website schrijversgewijs).
NEGEN JANUARI
oud worden en zich het licht
herinneren van januari.
denken : er is niets verloren
dan deze korte afwezigheid.
het licht is grijzer dan de haren,
bomen stiller dan de tijd.
mist verzacht het zwijgen.
de kilte werd niet voorbereid.
en in de milde warmte van de kamer
sla ik het boek van jaren
open op het liefste blad.
wit staart me tegen
alsof het niets te zeggen had.
dan gaat de stilte wegen.








