verscheen het aller-, allerlaatste nummer
van het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn,
geesteskind van Jozef Deleu.
In zijn laatste inleidend woord
belijdt Deleu nogmaals zijn overtuiging
in de waarde van poëzie.
Hij schrijft :
"Poëzie is drager van originaliteit, vrijmoedigheid en zelfstandigheid. Dichters blijven machthebbers erop wijzen dat woorden ertoe doen en dat taal niet ondergesneeuwd mag raken onder het verbalisme van de politiek en de commercie."
Kritische stemmen, schrijvers, docenten en dichters hebben het moeilijk om vrijuit te spreken en schrijven in zovele landen, tot zelfs in de VS! Woorden doen ertoe, nu ook nog, nu meer dan ooit.
Dit halfjaarlijkse tijdschrift zal ik missen.
Het was een plaats om nieuwe stemmen te ontdekken
en om nieuwe scheppingen te proeven van 'gevestigde' waarden.
Het was een plaats om de veelzijdigheid
van de poëzie te verkennen, keer op keer.
Het was een hulpmiddel om niet vast te lopen
in de eigen voorkeuren van stijl of thema's.
Een toepasselijk vers uit dit laatste liegende konijn,
van Ester Naomi Perquin.
EN VOOR DE LAATSTE KEER
ving ik er één. Van de honderden, dagen later,
één: jong, mager, gewoon achtergelaten,
met starre ogen waar je de zee in zag,
een witte pijl op zijn bruine kop. Smal, voorwaarts,
tussen zijn oren, een pijl die wees naar mij.
Maar natuurlijk liet hij zich niet aaien.
Als je een duinkonijn wil temmen moet je het eerst
zijn ontstaan toedienen, zei mijn oudste broer,
daarna de scherpe steken die je voelt als je
hard naar beneden rent, als je sneller
loopt dan je zelf bent.
(uit : Het Liegend Konijn, 2025, / 2, blz. 155)