Samen met dichter Jan Vanmeenen wil ik mij nog even laten bekoren door de zee en het leven op en langs de kustlijn.
Vandaag wandelen we op het strand en verwonderen we ons over de meeuwen.
STRANDWANDELING
Meeuwen spelen meeuw zoals
alleen zij dat kunnen, luchtig en licht,
of ze iets van hun vleugels willen
schudden veren ze voor ons weg.
Wij zijn te mens om te vliegen,
te zwaar voor de lucht en te moe
blijven we spoorlopend in het zand
lasvast aan onze schaduw kleven.
Golven rollen op ons aan in schoonschrift,
water blijft zich geduldig herhalen,
en nog begrijpen wij niet.
(uit: Vanmeenen, Jan, De zee is een zij, Uitg. P, Leuven, 2019, blz. 35)
Dichters scheppen soms nieuwe woorden zoals hier het woord 'lasvast'
om uit te drukken hoe onze schaduw aan ons lijf is vast gelast.
En het aloude menselijke verlangen naar het onmogelijke,
het kunnen vrij worden van zwaartekracht,
dat besloten ligt in de centrale zin van het gedicht
en dat de observatie van de meeuwen doet kantelen
tot een mijmering over het mens zijn :
wij zijn te mens om te vliegen.







