In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.
In het laatste nummer van Het Liegend Konijn (2025/2, blz. 20) schreef de dichteres Isa Altink (1994) een vers "bij : 'De terugkeer 1', J. Slauerhoff, uit De zee een lied). Slauerhoff (1898-1936) was scheepsarts en één van de belangrijkste Nederlandstalige dichters van het interbellum. Soms wordt hij bestempeld als een 'vitalist', iemand die schrijft van een levensdrift en verlangen om vurig en gevaarlijk te leven. Zijn zwakke gezondheid deed hem telkens weer voor enige tijd terugkeren naar het vasteland, maar eenmaal wat beter werd hij weer getrokken naar het avontuurlijke leven op zee. Een rusteloze man, altijd op weg, altijd op zoek, ook als dichter.
In het vers van Altink is dit zwervende, dichterlijke, zoekende leven prominent aanwezig. Zij zoekt hoe haar leven en dichterschap zich verhoudt tot haar voorbeeld. Ze ziet gelijkenissen en verschillen. Via Altink adem je Slauerhoff mee in.
En waar heb ik gezocht? Niet veel op zeeën
wel wat in bossen, misschien tweemaal een berg.
Vannacht nog wees ik reizigers de weg naar een plek om te slapen
op kisten, matten, bedekte oppervlakten, tussen andere reizigers.
Veel bloemen waren daar niet, maar er was water, donker
waar wij ons omheen manoeuvreerden.
Zwerf ik in mijn geheugen, in een tropisch seizoen
in een wijnrood veld, naar de kust die jij
voor ons schetste: uitgestrekte weelde, bloesem
woekerend gras. Steeds mysterieuzer aan het worden
in dit beton waar je voeten verzinken. Ook ik zoek een moment
waarop ik volmaakt aanwezig was. Ben de gastvrouw
in mijn dromen die het licht uitdoet.
Die in jou een bloem denkt te zien
die je dichthoudt. Ergens is het, de weelde
dit veld vol papavers. Bloeien alleen
in het ritselend donker, alleen in de onstuimige nacht.















