het ene moment zomers vol aanzwellend leven en
het volgende moment ijskoude gure wind
die de bloesems in hun knop aanranden.
En zo schuurt april aan ons en weten we ons
overgeleverd aan de grillen van het leven.
Zo lees ik het vers van Hubert van Herreweghen
(1920-2016) uit zijn bundel Karakol (blz. 24, 1995, Tielt).
MIDDAG IN APRIL
Noen.
Pal.
Van glas.
Van onzichtbare zijde.
Van niets.
Hoe breekbaar alles
op dit ogenblik,
't zou plots aan scherven
kunnen vallen, alles, en het al bederven,
tot stof ontploft,
het land, de lucht en ik.
Misschien is het gebeurd,
is de zijde al gescheurd.
Dan zijn wij een herinnering,
die morgen naar het heden beurt.














