maandag 19 januari 2026

Het laatste konijn - 2 -

 

In het allerlaatste nummer van het tijdschrift Het Liegend Konijn (2025/2) 
is er weer een verzameling verzen te vinden
in verschillende stijlen, 
in verschillende taalregisters, 
met verschillende thema's.
Hier een sensueel gedicht over perziken en liefhebben... 
Dat hoort zomaar samen volgens Isa Altink (1994)

Ik stel me iemand voor
die zich in mijn hand legt als een perzik
stil en glinsterend in het donker

Ik stel me voor dat die perzik langzaam rolt
langs mijn pols, de holte van mijn elleboog, mijn oksel
en op mijn buik gaat liggen, meedeint

Ik stel me voor dat het paard in mij groeit
hoe het met fluwelen neus langs de rand, oren gespitst
de lippen behoedzaam aan de schil, 4 kilo aan bonkend hart

In de winkel blijf ik lang
bij de fruitafdeling staan
(uit: Het Liegend Konijn, 2025/2, blz. 19) 
(Paul Cezanne : Schaal met perziken ca. 1894)


zaterdag 17 januari 2026

Het laatste konijn - 1 -

 

Eind vorig jaar 
verscheen het aller-, allerlaatste nummer 
van het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn,
 geesteskind van Jozef Deleu.
In zijn laatste inleidend woord 
belijdt Deleu nogmaals zijn overtuiging 
in de waarde van poëzie. 
Hij schrijft :
"Poëzie is drager van originaliteit, vrijmoedigheid en zelfstandigheid. Dichters blijven machthebbers erop wijzen dat woorden ertoe doen en dat taal niet ondergesneeuwd mag raken onder het verbalisme van de politiek en de commercie."
Kritische stemmen, schrijvers, docenten en dichters hebben het moeilijk om vrijuit te spreken en schrijven in zovele landen, tot zelfs in de VS! Woorden doen ertoe, nu ook nog, nu meer dan ooit.
Dit halfjaarlijkse tijdschrift zal ik missen. 
Het was een plaats om nieuwe stemmen te ontdekken 
en om nieuwe scheppingen te proeven van 'gevestigde' waarden. 
Het was een plaats om de veelzijdigheid 
van de poëzie te verkennen, keer op keer. 
Het was een hulpmiddel om niet vast te lopen
in de eigen voorkeuren van stijl of thema's.

Een toepasselijk vers uit dit laatste liegende konijn,
van Ester Naomi Perquin.

EN VOOR DE LAATSTE KEER

ving ik er één. Van de honderden, dagen later,
één: jong, mager, gewoon achtergelaten,
met starre ogen waar je de zee in zag,

een witte pijl op zijn bruine kop. Smal, voorwaarts,
tussen zijn oren, een pijl die wees naar mij.
Maar natuurlijk liet hij zich niet aaien.

Als je een duinkonijn wil temmen moet je het eerst
zijn ontstaan toedienen, zei mijn oudste broer,
daarna de scherpe steken die je voelt als je
hard naar beneden rent, als je sneller
loopt dan je zelf bent.
(uit : Het Liegend Konijn, 2025, / 2, blz. 155)

donderdag 15 januari 2026

Wees alert...

 

In deze tijden worden we vanuit alle mogelijke zijden opgeroepen om alert te zijn, om op te letten en waakzaam te zijn : bij computer gebruik, op je sociale media, in het verkeer, in je buurt, bij gebruik van openbaar vervoer, tijdens je bezoek aan een café of bar of ... Altijd op je hoede zijn want overal schuilt gevaar. Zelfs als je niet thuis bent, je huis goed afschermen met camera's en slimme domotica.
Deze veiligheidsobsessie mag iets kosten, zoals blijkt uit de begrotingen van Vlaamse steden en gemeentes.
Maar dichter Roberto Juarroz vraagt zich af wat dat allemaal inhoudt, dat waakzaam zijn. Vanuit vogelperspectief en tegen de achtergrond van onze menselijke levenslopen heeft hij zo zijn bedenkingen. Hij brengt onze menselijke drang om alert te leven in relatie met een groter geheel, met andere woorden, hij relativeert.

Wij zijn wakker, maar waar?
Ook de rook is wakker,
ook de droom is wakker,
ook de dood heeft
de oogleden hoog opgetrokken,
ook de dingen
geuren naar gedachte.

De bladzijden van het boek waarin wij geschreven staan
worden door niemand omgeslagen
en zij lezen elkaar.
En het andere boek,
dat wij schrijven met een droge pen,
eindigt bij de titel,
slaapt in waar het begint.
Vagelijk met elkaar geconfronteerd
worden beide boeken uitgewist zonder dat iets ontwaakt.
Waar zijn wij wakker?
(uit: Juarroz, Roberto, Verticale poëzie. Een keuze uit Verticale poëzie I t/m XIII, vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu. Uitg. Wagner&Van Santen, 2002, blz. 45)

dinsdag 13 januari 2026

De bekoring van de zee - meeuwen

 Samen met dichter Jan Vanmeenen wil ik mij nog even laten bekoren door de zee en het leven op en langs de kustlijn.
Vandaag wandelen we op het strand en verwonderen we ons over de meeuwen.
(eigen foto - 30 september 2020 Bredene)


STRANDWANDELING

Meeuwen spelen meeuw zoals
alleen zij dat kunnen, luchtig en licht,

of ze iets van hun vleugels willen
schudden veren ze voor ons weg.

Wij zijn te mens om te vliegen,

te zwaar voor de lucht en te moe
blijven we spoorlopend in het zand
lasvast aan onze schaduw kleven.

Golven rollen op ons aan in schoonschrift,
water blijft zich geduldig herhalen,

en nog begrijpen wij niet.
(uit: Vanmeenen, Jan, De zee is een zij, Uitg. P, Leuven, 2019, blz. 35)

Dichters scheppen soms nieuwe woorden zoals hier het woord 'lasvast' 
om uit te drukken hoe onze schaduw aan ons lijf is vast gelast. 
En het aloude menselijke verlangen naar het onmogelijke, 
het kunnen vrij worden van zwaartekracht, 
dat besloten ligt in de centrale zin van het gedicht 
en dat de observatie van de meeuwen doet kantelen 
tot een mijmering over het mens zijn : 
wij zijn te mens om te vliegen.

zondag 11 januari 2026

Sneeuw vers

 
(eigen foto - november 2025 
park Messyne Kortrijk)

De sneeuw zorgt voor mooie plaatjes,
 voor veel kinderplezier
 en voor veel gesakker en gesukkel 
bij wie moet buitenshuis moeten.
De sneeuw als zorg en als zegen 
én de singer-songwriter Conor Oberst (1980) 
inspireerden Thomas Möhlmann 
tot een bijzonder sneeuwvers, verschenen in zijn bundel 
Ik was een hond 
(uitg. Prometheus, Amsterdam, 2017,blz. 57).
De link met Oberst blijft voor mij 
een raadsel, 
maar het vers heeft 
een eigen dwingende en dringende kracht.


WE OFFEREN

We staan tot onze knieën in de sneeuw, er is geen houden
aan, onze zegeningen stapelen zich op onze schouders op

het stormt en striemt en onze voeten zijn bevroren, we
kunnen niet anders dan hoopvol omhoogkijken, alleen

van boven dwarrelen nieuwe zegeningen op ons neer, boven
de wolken lacht de maan ons uit, boven de lachende wagenzieke

maan zoeven stenen en stof onverschillig naar ons toe en van
ons af en daar omheen houden kolossale vingers ons intact

we houden handkommetjes omhoog, de sneeuw haast bij
onze navels, neem alsjeblieft nog wat van dit onmogelijke

verrukkelijke, nog wat van verrukkelijk verrottende
overschot, neem wat er is nog voor we er niet meer zijn.

vrijdag 9 januari 2026

Gedateerd - negen januari

 



De Vlaamse dichter Marleen de Crée (1941-2021) schreef een cyclus 'voor Frans Van den Bergh' met de bekende Latijnse spreuk Tempus fugit (de tijd vlucht of vliegt voorbij) als titel. De man van de Crée was directeur bij Janssen Pharmaceutica, waar Frans Van den Bergh bestuurder was tot 1981. Van den Bergh overleed in oktober 1990. Dus vermoed ik dat de cyclus is opgedragen aan deze man.
Deze gelegenheidsbundel is alleen gepubliceerd in een uitgave uit 1990 van het Poëziecentrum, Gent, met gedichten uit de periode 1969-1989 onder de titel Over de brug der aarzelingen.
De cyclus Tempus Fugit bestaat uit dertien gedichten, elke maand een, altijd gedateerd op de negende van die maand en een slotvers 'coda'.
In elk gedicht vervlecht de Crée natuurobservaties met de menselijke levensloop en het menselijke verlangen naar/tekort aan liefde en vriendschap.
Op deze negende januari is dit eerste vers van deze cyclus in de sonnetvorm. Over deze sonnetvorm zei ze ooit : "Deze dichtvorm beantwoordt aan de twee belangrijkste technische vereisten die ik mezelf stel bij het schrijven, namelijk muzikaliteit en vormdiscipline." (zie website schrijversgewijs).
(Marleen de Crée - ©Poëzie-Centraal)



NEGEN JANUARI

oud worden en zich het licht
herinneren van januari.
denken : er is niets verloren
dan deze korte afwezigheid.

het licht is grijzer dan de haren,
bomen stiller dan de tijd.
mist verzacht het zwijgen.
de kilte werd niet voorbereid.

en in de milde warmte van de kamer
sla ik het boek van jaren
open op het liefste blad.

wit staart me tegen
alsof het niets te zeggen had.
dan gaat de stilte wegen.

dinsdag 6 januari 2026

De bekoring van de zee - eb

(eigen foto Nieuwpoort 27 maart 2017)

 
Niet alleen schilders en fotografen worden bekoord door de zee;
niet alleen de kleine kinderen en hun (groot)ouders;
niet alleen dromers en durvers,
maar ook dichters...
Dichter Jan Van Meenen verzamelde 
menig zeevers in zijn bundel
De zee is een zij (Uitg. P, Leuven, 2019). 
Daaruit een vers over zee, water, 
verglijdende tijden 
en het pogen van een dichter.

'De horizon trekt het laken
alweer naar zich toe.'

EB

Dat het alweer de andere kant uit gaat,
ziltig aanzuigt, plaagziek aan je tenen trekt.

Je ademt diep en mee. Laat het weg willen
in je ontstaan.

Tijd schuift met z'n schaduwen en wij,
door lagen lucht gedragen deinen uit,

raken alweer verzoend met het papier
in onze handen, de zoemende woorden
en het licht dat langzaam
voor ons sterft.

(Van Meenen, Jan, De zee is een zij, 2019, blz. 44)