vrijdag 23 januari 2026

Kandinsky leren zien

 Al jaren lang ben ik geboeid door de kunst van de Russische schilder en leraar Vassily Kandinsky (1866-1944). Zijn goed gedocumenteerde overgang van figuratieve naar abstracte schilderkunst helpt kijken, maar toch zijn de werken van Kandinsky niet zo behapbaar. Dat was ook zijn doel, want hij wilde emoties opwekken en losmaken bij de toeschouwer. Hij wilde dat de bezoeker in een museum wat langer zou stilstaan bij zijn doeken om zich af te vragen wat hij ziet en om zich te laten aanspreken door kleur, vorm en 'klank' van het werk. Hij wilde dat elk schilderij van hem een soort van innerlijke resonantie zou veroorzaken bij de kijker. De term resonantie is een muzikale term en dat is gepast, want muziek en schilderkunst waren voor deze schilder twee kanten van eenzelfde medaille.
Onlangs zag ik een documentaire van Arte op NPO onder de titel : Muziek zien, de schilderkunst heruitvinden. Deze kan je op YouTube bekijken (54 minuten in een Franse of Duitse versie, zie hieronder de links).
Altijd benieuwd naar Kandinsky leerde ik wel meerdere aspecten van zijn werk beter te zien.
Een nieuw verband werd getoond tussen een werk uit 1909, de Studie voor Improvisatie 8 en het werk Geel-Rood-Blauw uit 1925.

(Kandinsky : Gelb Rot Blau 1925 - ©Wikiart)


Het laatste werk is abstract spel van kleurvlakken en zwarte lijnen, te lezen van links naar rechts. Als we de kleurentheorie van Kandinsky erbij halen, zien we het felle geel dat een agressieve toon heeft (K. denkt aan trompetten). Dan is er het rood dat passie uitdrukt en voor K. aansluit bij de tuba, terwijl het blauw verwijst naar het spirituele. De donkere blauwen doen denken aan orgelmuziek, terwijl K. in het felle blauw een fluit hoort. De levensloop van een mens gaat voor K van wit naar zwart en ook die lijn kan je onderkennen in dit werk.
Maar voor mij was dan nieuw dat men in dit werk uit 1925 een abstracte herneming ziet van het werk uit 1909. 
(Kandinsky : Studie voor Improvisatie 8 - 1909 - ©wikiart)


In zijn reeks 'Improvisaties' wil K. zijn innerlijke emotionele en spirituele ervaringen uitbeelden met nog figuratieve elementen. De Studie voor Improvisatie 8 toont de uitdrijving van Adam en Eva uit het paradijs, met een engel die met een zwaard de toegang verspert. Centraal en links op het doek heeft geel de overhand, terwijl we uiterst rechts figuren kunnen herkennen met blauw bovenkleed en rode broek of rok. Zoals componisten thema's hernemen en uitdiepen in de loop der jaren, zo varieerde Kandinsky zijn vroegere werken.

Met deze link kan je de Franse versie van de documentaire (Kandinsky : voir la musique réinventer la peinture) integraal bekijken : https://www.youtube.com/watch?v=XroLDgMcnFo
Ontdek je deze documentaire liever in het Duits (Kandinsky, der Maler der Musik) , dan heb je deze link nodig : https://www.youtube.com/watch?v=AQuI2Fm0kIg



woensdag 21 januari 2026

Het laatste konijn - 3 -


 
Eind vorig jaar verscheen voor het laatst 
het tijdschrift Het Liegend Konijn 
en elke regelmatige lezer van deze blog 
weet dat dit tijdschrift vaak een bron is geweest 
voor berichten alhier. 
Op mijn lezenaar ligt graag dat konijn. 
Met spijt neem ik afscheid van het konijn, 
en uit dat allerlaatste nummer 
hier een kort vers van Frans Kuipers, 
een vers dat in zijn eenvoud 
een ode is aan de natuur 
en aan de verwondering van het mogen/kunnen kijken 
naar die altijd eendere andere natuur. 
Het is een uitnodiging 
om met aandacht te blijven kijken.

Kijker,
  nooit komt er aan het worden van wolken een einde;
als ik klaproos en boterbloem goed heb gelezen:
  de zon is nog altijd met de schepping bezig

(uit : Het Liegend Konijn, 2025/2, blz. 124)

(eigen foto mei 2018)


maandag 19 januari 2026

Het laatste konijn - 2 -

 

In het allerlaatste nummer van het tijdschrift Het Liegend Konijn (2025/2) 
is er weer een verzameling verzen te vinden
in verschillende stijlen, 
in verschillende taalregisters, 
met verschillende thema's.
Hier een sensueel gedicht over perziken en liefhebben... 
Dat hoort zomaar samen volgens Isa Altink (1994)

Ik stel me iemand voor
die zich in mijn hand legt als een perzik
stil en glinsterend in het donker

Ik stel me voor dat die perzik langzaam rolt
langs mijn pols, de holte van mijn elleboog, mijn oksel
en op mijn buik gaat liggen, meedeint

Ik stel me voor dat het paard in mij groeit
hoe het met fluwelen neus langs de rand, oren gespitst
de lippen behoedzaam aan de schil, 4 kilo aan bonkend hart

In de winkel blijf ik lang
bij de fruitafdeling staan
(uit: Het Liegend Konijn, 2025/2, blz. 19) 
(Paul Cezanne : Schaal met perziken ca. 1894)


zaterdag 17 januari 2026

Het laatste konijn - 1 -

 

Eind vorig jaar 
verscheen het aller-, allerlaatste nummer 
van het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn,
 geesteskind van Jozef Deleu.
In zijn laatste inleidend woord 
belijdt Deleu nogmaals zijn overtuiging 
in de waarde van poëzie. 
Hij schrijft :
"Poëzie is drager van originaliteit, vrijmoedigheid en zelfstandigheid. Dichters blijven machthebbers erop wijzen dat woorden ertoe doen en dat taal niet ondergesneeuwd mag raken onder het verbalisme van de politiek en de commercie."
Kritische stemmen, schrijvers, docenten en dichters hebben het moeilijk om vrijuit te spreken en schrijven in zovele landen, tot zelfs in de VS! Woorden doen ertoe, nu ook nog, nu meer dan ooit.
Dit halfjaarlijkse tijdschrift zal ik missen. 
Het was een plaats om nieuwe stemmen te ontdekken 
en om nieuwe scheppingen te proeven van 'gevestigde' waarden. 
Het was een plaats om de veelzijdigheid 
van de poëzie te verkennen, keer op keer. 
Het was een hulpmiddel om niet vast te lopen
in de eigen voorkeuren van stijl of thema's.

Een toepasselijk vers uit dit laatste liegende konijn,
van Ester Naomi Perquin.

EN VOOR DE LAATSTE KEER

ving ik er één. Van de honderden, dagen later,
één: jong, mager, gewoon achtergelaten,
met starre ogen waar je de zee in zag,

een witte pijl op zijn bruine kop. Smal, voorwaarts,
tussen zijn oren, een pijl die wees naar mij.
Maar natuurlijk liet hij zich niet aaien.

Als je een duinkonijn wil temmen moet je het eerst
zijn ontstaan toedienen, zei mijn oudste broer,
daarna de scherpe steken die je voelt als je
hard naar beneden rent, als je sneller
loopt dan je zelf bent.
(uit : Het Liegend Konijn, 2025, / 2, blz. 155)

donderdag 15 januari 2026

Wees alert...

 

In deze tijden worden we vanuit alle mogelijke zijden opgeroepen om alert te zijn, om op te letten en waakzaam te zijn : bij computer gebruik, op je sociale media, in het verkeer, in je buurt, bij gebruik van openbaar vervoer, tijdens je bezoek aan een café of bar of ... Altijd op je hoede zijn want overal schuilt gevaar. Zelfs als je niet thuis bent, je huis goed afschermen met camera's en slimme domotica.
Deze veiligheidsobsessie mag iets kosten, zoals blijkt uit de begrotingen van Vlaamse steden en gemeentes.
Maar dichter Roberto Juarroz vraagt zich af wat dat allemaal inhoudt, dat waakzaam zijn. Vanuit vogelperspectief en tegen de achtergrond van onze menselijke levenslopen heeft hij zo zijn bedenkingen. Hij brengt onze menselijke drang om alert te leven in relatie met een groter geheel, met andere woorden, hij relativeert.

Wij zijn wakker, maar waar?
Ook de rook is wakker,
ook de droom is wakker,
ook de dood heeft
de oogleden hoog opgetrokken,
ook de dingen
geuren naar gedachte.

De bladzijden van het boek waarin wij geschreven staan
worden door niemand omgeslagen
en zij lezen elkaar.
En het andere boek,
dat wij schrijven met een droge pen,
eindigt bij de titel,
slaapt in waar het begint.
Vagelijk met elkaar geconfronteerd
worden beide boeken uitgewist zonder dat iets ontwaakt.
Waar zijn wij wakker?
(uit: Juarroz, Roberto, Verticale poëzie. Een keuze uit Verticale poëzie I t/m XIII, vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu. Uitg. Wagner&Van Santen, 2002, blz. 45)

dinsdag 13 januari 2026

De bekoring van de zee - meeuwen

 Samen met dichter Jan Vanmeenen wil ik mij nog even laten bekoren door de zee en het leven op en langs de kustlijn.
Vandaag wandelen we op het strand en verwonderen we ons over de meeuwen.
(eigen foto - 30 september 2020 Bredene)


STRANDWANDELING

Meeuwen spelen meeuw zoals
alleen zij dat kunnen, luchtig en licht,

of ze iets van hun vleugels willen
schudden veren ze voor ons weg.

Wij zijn te mens om te vliegen,

te zwaar voor de lucht en te moe
blijven we spoorlopend in het zand
lasvast aan onze schaduw kleven.

Golven rollen op ons aan in schoonschrift,
water blijft zich geduldig herhalen,

en nog begrijpen wij niet.
(uit: Vanmeenen, Jan, De zee is een zij, Uitg. P, Leuven, 2019, blz. 35)

Dichters scheppen soms nieuwe woorden zoals hier het woord 'lasvast' 
om uit te drukken hoe onze schaduw aan ons lijf is vast gelast. 
En het aloude menselijke verlangen naar het onmogelijke, 
het kunnen vrij worden van zwaartekracht, 
dat besloten ligt in de centrale zin van het gedicht 
en dat de observatie van de meeuwen doet kantelen 
tot een mijmering over het mens zijn : 
wij zijn te mens om te vliegen.

zondag 11 januari 2026

Sneeuw vers

 
(eigen foto - november 2025 
park Messyne Kortrijk)

De sneeuw zorgt voor mooie plaatjes,
 voor veel kinderplezier
 en voor veel gesakker en gesukkel 
bij wie moet buitenshuis moeten.
De sneeuw als zorg en als zegen 
én de singer-songwriter Conor Oberst (1980) 
inspireerden Thomas Möhlmann 
tot een bijzonder sneeuwvers, verschenen in zijn bundel 
Ik was een hond 
(uitg. Prometheus, Amsterdam, 2017,blz. 57).
De link met Oberst blijft voor mij 
een raadsel, 
maar het vers heeft 
een eigen dwingende en dringende kracht.


WE OFFEREN

We staan tot onze knieën in de sneeuw, er is geen houden
aan, onze zegeningen stapelen zich op onze schouders op

het stormt en striemt en onze voeten zijn bevroren, we
kunnen niet anders dan hoopvol omhoogkijken, alleen

van boven dwarrelen nieuwe zegeningen op ons neer, boven
de wolken lacht de maan ons uit, boven de lachende wagenzieke

maan zoeven stenen en stof onverschillig naar ons toe en van
ons af en daar omheen houden kolossale vingers ons intact

we houden handkommetjes omhoog, de sneeuw haast bij
onze navels, neem alsjeblieft nog wat van dit onmogelijke

verrukkelijke, nog wat van verrukkelijk verrottende
overschot, neem wat er is nog voor we er niet meer zijn.