zondag 22 februari 2026

Een gunstige wind in Roeselare - 4 -

 Met nog een laatste bericht wil ik aandacht schenken aan de bijzondere (en gratis) tentoonstelling Anemochorie, nog tot 22 maart in Roeselare. Nu stappen we even het vroegere postgebouw binnen, Ter Posterie.
Twee werken met een hoog conceptueel gehalte trokken mijn aandacht. Vooral het werk van de Roeselaarse kunstenaar Floris Boccanegra (1988) spreekt voor zichzelf. We zien in een kader de tekst van de Amerikaanse grondwet (We the people...) maar onderin de kader is een rat het document aan het oppeuzelen. De titel van het werk is ook klaar : Erosion. De artiest toont het met dit eenvoudig maar krachtig beeld: democratie verdwijnt niet plots, ze erodeert langzaam, beetje bij beetje worden rechten en normen uitgehold en verzwakt. Wij, mensen, wennen stap voor stap aan het verzwakken van de instellingen. En opeens schrikken we op : wat is er gebeurd?
(eigen foto - Floris Bocanegra : Erosion)


Op een satirische manier brengen het kunstenaarsduo Libia Castro (1970) en Olafur Olafsson (1973) onze hypocrisie aan het licht als het gaat over mensenrechten en hoe wij in verschillende situaties telkens anders deze rechten al dan niet uit de kast halen. Hun commentaar op de mensenrechten kreeg als titel : Gedeeltelijke verklaring van de Menselijke Onrechten. De reeks teksten met recht op... zijn vervangen door 'onrechten'. Eerst lach je even als bezoeker, maar dan begint het toch ongemakkelijk te voelen.

(eigen foto's )


Nog een ander werk in Ter Posterie toont ook weer de dubbelzinnigheid van stellingen en uitspraken. Het hoofddoekendebat wordt in een kleurrijke video van Nezaket Ekici (Turkije, 1970) beeldrijk aangekaart. In de video Gravity wikkelt een vrouw 25 verschillende sluiers rond haar gezicht, telkens op een andere manier. De creatieve manier om met de foulards om te gaan is mooi om zien. Vanuit het witte West-Europese denkkader komen dan vragen op over persoonlijke vrijheid en vrouwenrechten. Of is het juist een pleidooi voor het recht om zelf te kiezen? En in het programmaboekje maken ze ook de link naar de technologieën die via gezichtsherkenning ons volgen. Ons tonen of ons verbergen??? 
(eigen foto : Nezaket Ekici Gravity still uit video)


Met deze berichten blaas ik enkele mooie en inspirerende beelden naar je toe. Aan jij om verder op ontdekking te gaan. Het loont de moeite.

vrijdag 20 februari 2026

Een gunstige wind in Roeselare - 3 -

 Nog tot 22 maart (woe-zon 14u-18u) kan je op meerdere locaties in Roeselare de gratis tentoonstelling zien "Anemochorie".
Een mooie, niet zo grote locatie is het huis Wyckhuyse. Daar zijn meerdere intrigerende werken te zien waarin emotie en intelligentie mooi samengaan.
In het werk van de Kortrijkse artiest Jonas Vansteenkiste (1984) zijn huizen een rode draad. Zijn fascinatie voor architectuur krijgt bijzonder vorm in het werk 'House of leaves'. Dit is ook de titel van een boek van Danielewski uit 2000, een experimentele roman over een huis dat aan de binnenkant groter is dan aan de buitenkant met een doolhof aan gangen en kamers. Vansteenkiste heeft twee maquettes gemaakt van het huis, een buitenkant en een binnenkant, die is opgebouwd uit versneden tekstregels van het boek. 
(eigen foto - Jonas Vansteenkiste : House of leaves)


Even verder is er video te zien van de Spaanse kunstenaar Mateo Mate (1964), samengesteld uit korte fragmentjes uit Hollywood-producties. De titel van deze video van 6'20" is: "Nacionalismo doméstico". Deze titel brengt, zoals ook de video, twee elementen samen. Enerzijds een element van politiek en maatschappelijke evenementen nl. scenes die (de voorbereiding tot) een gevecht verbeelden en anderzijds worden we binnengeleid in de huiselijkheid met het klaarmaken en verorberen van een maaltijd. In de uitdrukking 'je kan geen omelet maken zonder eieren te breken' komen deze elementen ook samen want politici verschuilen zich daarachter om menselijke en/of materiële schade van ingrepen of oorlogen te vergoelijken. Nationalisme leidt tot oorlogen, maar ook in de keuken kan politiek meespelen. Bepaalde gerechten horen bij een bepaalde volksgroep of keuzes voor bvb vegetarisch of veganistisch eten kunnen ingegeven zijn door een bepaalde visie op de samenleving. De knappe montage van beelden in deze video blijven gemakkelijk hangen en prikkelen de gedachten.

(eigen foto's - twee stills uit : Mateo Maté : Nacionalismo doméstica)



woensdag 18 februari 2026

Een gunstige wind in Roeselare - 2 -

 Nog tot 22 maart kan je je laten meevoeren met een gunstige wind die waait doorheen zeven locaties in Roeselare. Gedreven door Anemochorie kom je zo in de Augustijnenkerk, vroegere kerk van het Klein-Seminarie waar onder anderen Guido Gezelle les heeft gegeven. Daar hangt een groot barok schilderij met de vier evangelisten, een kopie van een werk van Rubens. Het originele hangt volgens Wikipedia in de John and Mable Ringling Museum of Art in Sarasota (Florida, USA). Op een grote barokke lezenaar onder deze Rubenskopie kan je de ets 'Neverland' zien van Paula Rego (1935-2022) uit haar Peter Pan-suite.
(eigen foto : boven kopie Rubens De vier evangelisten, onder op lezenaar: Paula Rego)


(eigen foto : Paula Rego : 'Neverland')


Enkele bijzondere sculpturen zijn ook te zien in deze kerk met onder anderen werken van de in Poperinge geboren Geerke Sticker (1993) 'Lucky Nut' en 'Totem' van Sven Verhaeghe (1974) en van de Roeselaarse kunstenaars Klaas Rommelaere (1986) 'Hereditary' en van Isidoor Goddeeris (1953) 'Il Ponte'.
(eigen foto - Isidoor Goddeerig : Il Ponte)


Deze en nog meer werken dialogeren met het gebouw en met elkaar en inspireren bezoekers om verwonderd te blijven.

 

maandag 16 februari 2026

Een gunstige wind in Roeselare - 1 -

 

Nog tot en met 22 maart (woe-zon van14u tot 18u) is in Roeselare het kunstenfestival Anemochorie te bezoeken op zeven locaties, gratis!

De bijzondere titel is een term uit de biologie die verwijst naar de verspreiding van zaden, sporen of vruchten van een plant door de wind. De organisatie smijt dus via kunstwerken ideeën, betekenissen, creatieve prikkels, ... de lucht in opdat de toeschouwers zich zouden laten 'bevruchten' door wat ze zien. Of zoals het in een programmaboekje staat : "Vanuit het idee dat zaden de wereld intrekken op het ritme van de wind, ontstaat ook jouw route door de expo. Je kiest zelf waar je begint en hoe je dwaalt. Niet de rechte lijn telt, maar wat je onderweg ontdekt."

In dit en enkele volgende berichten wil ik je even meenemen naar wat ik onderweg heb ontdekt in Roeselare met de hoop dat jij ook de weg vindt naar deze bijzondere en veelzijdige tentoonstelling.

Hier begin ik met enkele schilderijen in de Villa Vande Walle.
(Diederik Boyen : Light 4 - eigen foto)



(Marc Ronet : Le table Orange - eigen foto)


zaterdag 14 februari 2026

Van Gogh over schilderen

 Ik ben al enkele maanden bezig met het lezen van de brieven van Vincent Van Gogh (Mercatoruitgave 2009). Deze brieven tonen hoe de mens en de kunstenaar Van Gogh zoekt om te (over)leven in en met en dank zij en ondanks de kunst. Wanneer hij zich in mei 1889 vrijwillig laat opnemen in een instelling in Saint-Rémy-de-Provence worden hem heel wat dagelijkse zorgen uit handen genomen en zie je hoe hij uitvoerig in zijn brieven doordenkt over zijn leven en het kunstenaarschap. Op 10 september 1889 schrijft hij over zijn pogingen om in zijn schilderijen weer te geven wat hij voelt en denkt bij bepaalde landschappen of figuren. Zeer parallel aan wat Kandinsky ruim twintig jaar later zal nastreven in zijn werken (zie berichten van januari laatst). 
Het is treffend om te ontdekken hoe twee totaal verschillende artiesten in een gelijklopende zoektocht gewikkeld zijn.
Van Gogh schrijft aan zijn broer Theo :
"Wat is de toets, de penseelstreek toch iets merkwaardigs. In de openlucht blootgesteld aan de wind, de zon en de nieuwsgierigheid van de mensen werk je zo goed als je kunt, je beschildert je doek als een bezetene. Toch krijg je dan het ware en wezenlijke te pakken - dat is het moeilijkste. Maar als je die studie na enige tijd weer oppakt en de penseelstreken ordent overeenkomstig de onderwerpen - dan is dat natuurlijk harmonieuzer en aangenamer om te zien en daar voeg je dan je sereniteit en glimlach aan toe.
Ah, nooit zal ik in staat zijn mijn indrukken weer te geven van sommige figuren die ik hier gezien heb. Natuurlijk is dit de weg waar iets nieuws ligt, de weg van het Zuiden, maar de mensen van het Noorden kunnen er maar moeilijk toe doordringen. En ik weet al bij voorbaat dat ik op de dag dat ik enig succes zal hebben, zal verlangen naar mijn eenzaamheid en wanhoop van hier, toen ik door de ijzeren tralies van mijn cel de maaier beneden in het veld zag. Geen kwaad zonder baat." (Vincent Van Gogh De brieven, deel 5, blz. 92,  brief 801)  
(Eug. Delacroix :
Le Christ endormi pendant la tempête
ca. 1853 - ©Wiképedia)


Even verder noemt hij Eugène Delacroix zijn grote voorbeeld.
"En weet jij waarom de schilderijen van Eug. Delacroix - de religieuze en de historische schilderijen, La barque du Christ, de Piëta, Les croisés, zoveel allure hebben? Omdat Eugène Delacroix, als hij een Gethsemane maakt, vooraf ter plaatse is gaan kijken wat dat is, een olijfgaard en zo ook voor de zee die wordt geteisterd door een hevige mistral en omdat hij beseft moet hebben dat die mensen waarover de geschiedenis ons verhaalt, dogen van Venetië, kruisvaarders, apostelen, heilige vrouwen, van hetzelfde soort waren en op een vergelijkbare manier leefden als hun huidige afstammelingen." (ibidem)
Zo zien we hoe schilders vanuit verschillende achtergronden, in andere tijden en contexten verlangen om uitdrukking te geven aan hoe zij de wereld en hun leven beleven.

donderdag 12 februari 2026

Vlaamse kunst in Cassel Musée départementale de Flandre

 In het Noord-Franse stadje op de berg, Cassel, toont het museum 'Vlaamse kunst' van vroeger en nu.
Naast oude schilders zoals Bosch, Jan Fyt, Teniers, Rubens, Van Dyck zijn er ook hedendaagse 'Vlaamse' artiesten te zien.
Zo is er een heel mooi werk van Thierry de Cordier (1954) met een spookachtig/sprookjesachtig landschap waar je als kijker kunt in verdwalen. Op de voorgrond op het doek lezen we in witte letters Lors la beauté s'enfuit en het werk draagt als titel Verdure folle N°1.
Een boeiend werk dat intrigeert en uitnodigt lang te kijken.
(Thierry de Cordier - Verdure Folle N°1 - eigen foto)


Een andere hedendaagse Vlaamse artiest is Wim Delvoye (1965) met de vergulde sculptuur Möbius Dual Corpus Direct Current. We zien getorste kruisen in een eeuwigkronkelende beweging. Op de achtergrond een 16e eeuws schilderij met het verraad van Christus door Judas, die hem een kus geeft.
(vooraan Delvoye en achteraan de Judaskus - eigen foto)


Ook al ligt het museum op een top, het is geen topmuseum, maar het is een bezoek zeker meer dan waard.

dinsdag 10 februari 2026

Musée de Flandre Cassel

 Midden het relatief vlakke land van Frans-Vlaanderen ligt de eenzame getuigenheuvel die we kennen onder de naam Kasselberg. 
Vanop de berg heb je dan ook een panoramisch zicht over de gehele streek over 360°. Bij mooi weer altijd weer even adembenemend, maar zelfs tijdens een grijze dag in januari blijft het uitzicht de moeite.
(eigen foto - zicht vanuit museum naar zuiden op een grijze 23 januari)


Deze heuvel heeft, gezien zijn ligging, altijd een militair belang gehad. De heuveltop werd bebouwd en kreeg in de middeleeuwen tot aan Wereldoorlog I toe een belangrijke strategische waarde.
In het plaatselijke museum "Musée départemental de Flandre" wordt deze bewogen geschiedenis gedocumenteerd, maar naast deze lokale (en ruimere) historische insteek is er ook ruimte voor 'Vlaamse' kunst.
Hier een humoristisch schilderij van Abraham Teniers (Antwerpen 1629-1670), een typisch werk voor hem die gespecialiseerd was in genrestukken met apen!
Gezien de huidige wereldsituatie waar zovele machthebbers graag oorlogje spelen, blijft dit werk wel héél actueel.
(Abraham Teniers : Apen bootsen soldaten na ca. 1660-1670 - eigen foto)

(detail uit bovenvermeld schilderij - eigen foto)


zondag 8 februari 2026

Gedateerd - acht februari

 


De Spaanse dichter Federico Garcia Lorca 
was 22 jaar toen hij dit vers schreef. 
Op deze dag, nu exact 126 jaar geleden, 
daagde het hem 
dat zijn onbezorgde jeugd voorgoed voorbij was. 
Een moment vol weemoed 
voor deze vroegrijpe schrijver en dichter.

ER ZIJN ZIELEN MET...

      8 februari 1920

Er zijn zielen met
Blauwe lichtsterren,
Verlepte ochtenden
Tussen bladeren van de tijd,
En kuise hoekjes
Die een oud geluid
Bewaren van weemoed
En dromen.

Er zijn andere zielen met
Pijnlijke spookbeelden
Van passies. Wormstekige
Vruchten. Echo's
Van een verbrande stem
Die van ver komt
Als een rivier
Van schaduw. Herinneringen
Leeg van tranen,
En kruimels van kussen.

Al een hele tijd
Is mijn ziel rijp,
En brokkelt troebel
Van mysterie af.
Aangevreten door illusie
Vallen stenen
Uit de jeugd in het water
Van mijn gedachten.
Iedere steen zegt :
God is heel ver!

(uit: Lorca, Federico Garcia, Verzamelde gedichten. Vertaald en toegelicht door Bart Vonck, met een nawoord van Hagar Peeters,
Amsterdam, uitg. Athenaeum - Polak & Van Gennep, 2009, blz. 71-72)

vrijdag 6 februari 2026

Onweerstaanbaar

 Onweerstaanbaar zal de lente doorbreken, opspringen, ook al is het nu nog grijs en kil.
De eerste tekenen zie ik al in de kleine stadstuin die ik mag koesteren.
Zie maar mee... 
De knollen van de voorjaarsbloeiers 
die ik in november aan de grond heb toevertrouwd 
beginnen te piepen tussen de houtschors.



De camelia knopt al volop.
Hoe geruststellend dat na de winter 
de lente komt, altijd weer, 
altijd eender en altijd anders.


woensdag 4 februari 2026

Dichtersaccolade in de poëzieweek - Möhlmann omarmt Kopland


 In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.

 De Nederlandse dichter Thomas Möhlmann publiceerde in 2017 bij Prometheus Amsterdam de bundel Ik was een hond. Het tweede deel uit deze bundel is een cyclus van meer dan twintig gedichten met allemaal een titel die begint met 'we' onder de overkoepelende titel Alle vogels die hun vleugels uitslaan. Hierover meldt Möhlmann dat deze gedichten werden geschreven voor of dank zij een aantal mensen. Bij het gedicht We meten (blz. 55) noteert de dichter de naam van dichter Rutger Kopland (1934-2012).
Kopland publiceerde in 1975 de bundel Een lege plek om te blijven waar alle verzen cirkelen rond thema's als rouw, gemis, leegte. Het kortste gedicht uit deze bundel vertolkt in vier regels de sfeer van de hele bundel.

XIV

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.



Möhlmann mijmert, parafraseert, borduurt verder, herkauwt 
in zijn gedicht 'We meten' de thema's van de bundel van Kopland. 
Dat vers is als het ware Kopland herbekijken 
doorheen de ogen en de pen van Möhlmann. 
Een parafrase die tegelijk een eerbetoon is aan zijn voorbeeld.

WE METEN

We vormen helemaal geen gaten in het landschap, we
vullen de leegte met ons koppig overeindstaan op

we passen en maken elkaar terwijl we omvallen
van het lachen met coördinaten en formules

minder bang, zelfs als we wilden konden we nergens
anders dan in onze eigen omtrek en elkaars gezelschap

schuilen, ik heb helemaal niemand nodig om niet zonder
je te kunnen, we moeten blijven ademen, tasten, strelen

we jagen of slapen, plukken elkaars grijze haren eruit
onze laarzen zakken steeds verder in de modder weg

we trekken grenzen, lachen en vervagen en alles
alles is zo scherp en helder en eenmalig om ons heen.



dinsdag 3 februari 2026

Dichtersaccolade in de poëzieweek - Gerhardt omarmt Nijhoff

 

In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt (1905-1997) volgde een eigenzinnige weg binnen de literatuur. Ze was lerares klassieke talen en haar begeestering voor de klassieken spreekt uit heel haar oeuvre  (inhoudelijk én naar vorm). Haar werk heeft vaak een metafysische en religieuze ondertoon én daarbij herkende ze zich ook in de wat oudere vertaler en dichter Martinus Nijhoff (1894-1953). 
Zo schreef ze in haar bundel De slechtvalk (1966) over Nijhoff.
Er zijn veel verwijzingen doorheen dit gedicht. Het begint al met de titel 'Voor dag en dauw', die ook titel is van een cyclus van acht sonnetten die Nijhoff in 1936 opdroeg aan de filosoof Johan Huizinga, die kort daarvoor een cultuurfilosofisch werk had geschreven over zijn tijd (de jaren 30 van vorige eeuw) met als titel 'In de schaduwen van morgen'. Donkere tijden tussen pessimisme en hoop zoals ook het beeld dat Gerhardt uitwerkt over tussen maan en dageraad. Zij herkende zichzelf ook in het christelijke geloof zoals ook Nijhoff: de beeldspraak van de nacht van de dood die overgaat in een nieuwe dag vol ongerept licht. En de centrale apart gezette zin vinden we ook terug in de titel van een bloemlezing uit gedichten van Nijhoff Lees maar, er staat niet wat er staat (uitg. Bert Bakker, Ooievaarreeks 191/192).

VOOR DAG EN DAUW
                                           In Memoriam M. Nijhoff

Wel elke ochtend ligt de dauw
over uw verzen, als dien dag
dat morgenlijk uw hand hen schiep.
De donkere wereld merkt het nauw,
maar wie niet tot de morgen sliep
leest tussen maan en dageraad
de bladzij die hij éénmaal zag
en sedert leest met de ogen dicht.

'Er staat geschreven wat er staat.'

En wat uw taal heeft aangeraakt,
thans is het aan uzelf verricht:
de dag, die uit de nacht ontwaakt,
de dauw, het ongerepte licht.
(Gerhardt, Ida, Verzamelde Gedichten, Uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1985, blz. 436)



maandag 2 februari 2026

Dichtersaccolade in de poëzieweek - Altink omarmt Slauerhoff

 


In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.

In het laatste nummer van Het Liegend Konijn (2025/2, blz. 20) schreef de dichteres Isa Altink (1994) een vers "bij : 'De terugkeer 1', J. Slauerhoff, uit De zee een lied). Slauerhoff (1898-1936) was scheepsarts en één van de belangrijkste Nederlandstalige dichters van het interbellum. Soms wordt hij bestempeld als een 'vitalist', iemand die schrijft van een levensdrift en verlangen om vurig en gevaarlijk te leven. Zijn zwakke gezondheid deed hem telkens weer voor enige tijd terugkeren naar het vasteland, maar eenmaal wat beter werd hij weer getrokken naar het avontuurlijke leven op zee. Een rusteloze man, altijd op weg, altijd op zoek, ook als dichter.
In het vers van Altink is dit zwervende, dichterlijke, zoekende leven prominent aanwezig. Zij zoekt hoe haar leven en dichterschap zich verhoudt tot haar voorbeeld. Ze ziet gelijkenissen en verschillen. Via Altink adem je Slauerhoff mee in.

En waar heb ik gezocht? Niet veel op zeeën
wel wat in bossen, misschien tweemaal een berg.
Vannacht nog wees ik reizigers de weg naar een plek om te slapen
op kisten, matten, bedekte oppervlakten, tussen andere reizigers.
Veel bloemen waren daar niet, maar er was water, donker
waar wij ons omheen manoeuvreerden.
Zwerf ik in mijn geheugen, in een tropisch seizoen
in een wijnrood veld, naar de kust die jij
voor ons schetste: uitgestrekte weelde, bloesem
woekerend gras. Steeds mysterieuzer aan het worden
in dit beton waar je voeten verzinken. Ook ik zoek een moment
waarop ik volmaakt aanwezig was. Ben de gastvrouw
in mijn dromen die het licht uitdoet.
Die in jou een bloem denkt te zien
die je dichthoudt. Ergens is het, de weelde
dit veld vol papavers. Bloeien alleen
in het ritselend donker, alleen in de onstuimige nacht.



zondag 1 februari 2026

Dichtersaccolade in de poëzieweek - Gelman omarmt Baudelaire

 

 In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.

Er zijn dichters van alle slag en soort, het zijn nu eenmaal ook mensen. Sommige dichters beleven hun dichterschap naast een eerder kleurloos baantje als ambtenaar (vb. Anton Korteweg) of als leraar (vb. Anton van Wilderode) of... Andere dichters leven een 'kleurrijker' of een dramatischer leven. Twee zo'n dichters ontmoeten elkaar hier vandaag. Er is de Argentijnse dichter Juan Gelman (1930-2014). Zijn naam verraadt al dat hij géén hispanic-roots heeft. Zijn ouders waren Oekraïense Joden en thuis werd er Jiddisch en Russisch gesproken, terwijl hij in een voorstad van Buenos Aires in het Spaans school liep. Via zijn vijftien jaar oudere halfbroer hoorde hij als kleuter veel Russische gedichten voordragen en die klanken intrigeerden de jonge Juan. Net als zijn vader werd Juan politiek actief in linkse kringen. Na de machtsovername door de militairen in 1976 werd Gelman politiek vluchteling. De militairen ontvoerden vele tegenstanders en hun familieleden. In 1976 ontvoerden ze de zoon van Gelman en diens hoogzwangere vrouw... Beiden werden nooit teruggevonden. Gelman werkte in Europa, bij de UN in New York en in Mexico voor hij uiteindelijk terug Argentinië kon bezoeken. In 2007 ontving hij de belangrijkste literatuurprijs in de Spaanssprekende wereld, de Cervantesprijs. Hij zou in Mexico stad sterven in 2014.
Dank zij de uitgeverij P (Leuven) verscheen er een bloemlezing uit het werk van Gelman. De hiervolgende 'Comentario LIII' is vertaald door Stefaan van den Bremt.
Deze 'comentario' of kanttekening roept de figuur op van de Franse 'decadente'  dichter (symbolist-modernist) Charles Baudelaire (1821-1867). Die dichter had een turbulent bohemien leven, waarbij hij al het geld dat hij uit zijn stiefvaders fortuin had opgeëist er in twee jaar heeft doorgejaagd. Sex, drugs (o.a absint) en schandalen bezorgden hem een unieke plaats in de Franse en Europese literatuur, reeds bij leven. Dit heftige leven eiste een hoge tol. Zijn hersenen werden aangetast, hij werd eenzijdig verlamd, leed aan afasie en syfilis. Zo stierf hij na een heftig ziekbed op 46 jaar.  Die heftige passies en woelige levensloop weet Gelman goed te suggereren in zijn vier maal vierregelig gedicht.

KANTTEKENING  LIII (baudelaire)

nu vrij van honger / zuiver / zachtjes
brand jij mijn ziel op als de dag
dat niemand nog ergens om vraagt /
en liefde niet meer is als honden /

zoals een stad belegerd om
er jou te zien of dood te gaan /
of zoiets van jou omklemmen als
toegift en herfstkleur van verlangen /

of als een zoen die wachten doet /
of almaar uitdijende lichtheid
die jou aanraakt / die jou opzoekt
en al dat lijden nog niet moe is /

of onder jouw lichaam als zot
uitslaande brand van liefdes aders /
als een clausuur / als dichte nacht
die in jouw stilte neer ging knielen

(uit :Gelman, Juan, Plaatsen & Kanttekeningen. Citas y Comentarios.
Uit het Spaans vertaald door Stefaan van den Bremt & Guy Posson, uitg. P, Leuven, 2008, blz. 58)
 


zaterdag 31 januari 2026

Dichtersaccolade in de poëzieweek - Korteweg omarmt Rilke

 


In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.

Een van de belangrijkste Europese dichters van het eerste kwart van de vorige eeuw werpt tot op vandaag zijn schaduw over de Westerse poëzie, Rainer Maria Rilke (1875-1926). Ook heel veel dichters uit de Nederlandstalige literatuur hebben 'iets' met deze Duitse lyricus. 
In een bundel uit 2021 (Enfin, uitg. Meulenhoff, blz. 77) eindigt de Nederlandse dichter Anton Korteweg (1944) met een vers dat uitdrukkelijk naar een vers van Rilke verwijst, nl. 'Herfst'.
Hier beide na elkaar, eerst Rilke, in een vertaling van Piet Thomas.

HERFST

De blaren vallen, vallen als van ver,
als welkten in de hemel verre tuinen;
ze vallen met ontkennende gebaren.

En in de nachten valt de zware aarde
uit alle sterren in de eenzaamheid.

Wij allen vallen. Deze hand zal vallen.
En kijk je naar de andere: het is in alle.

Maar Eén is er. Hij vangt dit vallen
oneindig teder in zijn handen op.
(uit: De mooiste gedichten van Rainer Maria Rilke, uitg. Davidsfonds/Literair, 1999, blz. 79)
En zo 'herschrijft' Anton Korteweg dit vers.

ZEEF DE TIJD

We tuimelen uit een ritmisch heen-en-weer
-met vaste hand of losse pols, dat maakt niet uit-
geschudde zeef in iets wat er niet is
en wat ons dus niet stuit. Als je dat al zou willen,
klauter je bij gebrek aan houvast daar niet uit.

Wie dit vooruitzicht al te zeer benauwt:
er is er een, zegt Rilke, die ons vallen
oneindig teder in zijn handen houdt.


vrijdag 30 januari 2026

Dichtersaccolade in de poëzieweek - Kuipers omarmt Brodsky

 

In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.

In de poëzie is een weerkerend thema de poëzie zelf. Dichters verbazen zich altijd weer over hun metier en daarbij lezen ze vaak andere dichters. 
Zo verscheen in Het Liegend Konijn van april 2020 een cyclus korte aforistische verzen over velerlei thema's van de hand van Frans Kuipers (1942). De cyclus is een soort abc, waarbij de dichter allerlei thema's kort aanstipt. Onder de letter d heeft hij het over de Russische dichter en Nobelprijswinnaar Literatuur 1987 Joseph Brodsky (1940-1996), met ook een kleine uitweiding naar W.H. Auden (1907-1973). 
Een visie op poëzie en literatuur in enkele lijnen, met een vette knipoog als uitsmijter.

ABC VAN IE

(...)

d)
Deze twee :
de stilte (immens) van de dingen
en het inktzwarte wonder van het woord.

Brodsky: 'Alleen-zijn leert je het wezen der dingen
want hun wezen is alleen-zijn.'

Brodsky (nogmaals, Auden citerend) :
'Ik heb drie grote dichters gekend,
elk een eersterangs klootzak.'
(uit: Het Liegend Konijn, 2020/1, blz. 149)





donderdag 29 januari 2026

Dichtersaccolade in de poëzieweek - Theunynck omarmt Nolens

 

 In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.

Op 26 december vorig jaar overleed dichter, vertaler en dagboekschrijver Leonard Nolens (1947-2025). Hij stond bekend als een romanticus, die zijn leven tot literatuur thematiseerde. Hij was geplaagd door angsten en twijfels over zichzelf als kunstenaar, hij was een perfectionist die zonder genade zichzelf en zijn werk onder het vergrootglas legde en nooit tevreden was. Onvervaard liet hij zijn lezers meekijken naar zijn kwetsuren en zijn pogingen om er mee om te gaan. Voor vele jonge dichters was en is hij een voorbeeld dat  inspireert en confronteert, een ijkpunt in hun zoektocht. Zo ook voor dichter Peter Theunynck (1960), die in zijn bundel uit 2014 De benen van de hemel (uitg. Wereldbibliotheek), een cyclus publiceerde onder de titel IJkpunten. Daarin dit gedicht rond Leonard Nolens.

LEONARD

Een mes vindt zijn weg naar de muis
van een hand. Een glasscherf zuigt bloed
uit een duim. Een stuurbreuk, een klaplong,

een fugue. De sterkste verweert zich
met hamer of bat. De handigste bedient
zich van olie en zalf. De stilste incasseert.

Snede bij snede, littekens naar lengte
en kleur, kneuzingen per lichaamsdeel.
Ringmappen vol. Rijke collecties.

Hij legt de vreemdste verbanden, boort
harmonieën aan, krijgt pijn aan het zingen.
Puurt schoonheid uit gapende wonden.
(uit : Theunynck, Peter, De benen van de hemel, blz. 58)



dinsdag 27 januari 2026

Kandinsky leren zien - ten derde male

 Het zien van de Arte-documentaire "Kandinsky Voir la musique, réinventer la peinture" (zie vorige twee berichten) heeft mij doen terugkijken naar wat ik onder andere tijdens een bezoek aan het Lenbachhaus in München (juli 2023) heb gezien en de moeite vond te fotograferen. Zo kom ik bij vier variaties van één thema (als dat geen muziek is...).
Het gaat om vier maal het thema van 'Allerheiligen' met ook hier een variatie tussen figuratief en abstract, allemaal werken uit het jaar 1911.
Boeiend om te zien hoe de kunstenaar zoekt naar een eigen nieuwe taal binnen de schilderkunst, een taal waarin gevoel en rede hun plaats krijgen via kleur, vorm en ritme.
Eerst een glasschildering, een techniek waarbij Kandinsky zich liet inspireren door de volkskunst.

(Kandinsky : Allerheiligen I 1911 glasschildering - eigen foto)


Hetzelfde werk herneemt hij in olieverf maar meer gefocust op kleur en vorm en dus abstracter. Waar velen zoiets nu laten doen door computerprogramma's, was dit voor Kandinsky een zoeken met materie, een eigen werk...
(Kandinsky : Allerheiligen I juli-augustus 1911 - eigen foto)


Hij wil een tweede versie maken rond het thema Allerheiligen en daarvoor maakt hij een schets, zéér abstract.
Daaronder zien we hoe hij het uiteindelijk op doek vastlegde als "Allerheiligen II".

(Kandinsky : studie voor Allerheiligen II 1911 - eigen foto)


(Kandinsky : Allerheiligen II 1911 - eigen foto)


zondag 25 januari 2026

Kandinsky leren zien - nogmaals

 Zoals in een vorig bericht wil ik nog even terugkomen op de documentaire van Arte over de Russische schilder en leraar Wassily Kandinsky (1866-1944) en de relatie tussen muziek en schilderkunst binnen zijn oeuvre. Zie voor een link naar de documentaire op het eind van het vorige bericht.
De abstrahering door Kandinsky is in het begin nog gemakkelijk te volgen. Zie bijvoorbeeld uit het zelfde jaar 1911 twee maal een werk rond Sint Joris. De meest figuratieve is het werk van Sint Joris en de draak. Alles is herkenbaar en gemakkelijk te 'lezen': de heilige zit op een blauw gevlekt paard en steekt met zijn groene lans de draak die kronkelt linksonder (links ... de kant van het sinistere, het kwade).
(Kandinsky : Sint Joris en de draak 1911 - ©Wassily Kandinskynet)


Maar een ander werk van hetzelfde jaar vraagt meer inspanning maar de titel geeft aanwijzingen : Sint Joris
De groene speer blijft centraal verticaal in beeld en de kronkelende draak kan je linksonder ervan 'zien' in de wirwar, terwijl het blauwe paard en het groene gezicht van de ruiter de toeschouwer met hun twee ogen frontaal aankijken. Hier ligt de stuwing meer van boven naar onder, de verticale lijnen geven richting aan ons kijken.
(Kandinsky : Sint Joris -1911 - ©Wassily Kandinskynet)


Tijdens zijn periode als leraar aan het Bauhaus maakt hij een abstract werk in 1925 dat evenwel nog heel de dynamiek van vorige Sint-Joris-schilderijen in zich heeft. De zwarte cirkel is het schild, de diagonale zwarte lijn van linksonder naar rechtsboven de lans, de oranje 'boemerang' bovenaan de helm en de blauwe kommavorm met wit oog het paard en in het oranjevlak onderaan de afdruk van de paardenhoeven. 
(Kandinsky : Auf Weiss II - 1925 - ©wikipedia)


In de documentaire betoogt men dat Kandinsky hier werkt als een musicus die bepaalde thema's herneemt en verder uitwerkt in nieuwe composities. Hoe dan ook, deze nodigt ons in elk geval uit om met aandacht te kijken naar de abstracte werken mét in je achterhoofd zijn eerdere figuratieve schilderijen. Dan krijgt zijn oeuvre meer consistentie en samenhang en kunnen zijn werken dieper resoneren bij ons, de kijkers.