woensdag 4 maart 2026

Gedateerd - vier maart


 

De Poolse dichter Stanislaw Baranczak (1946-2014) noteerde in zijn winterdagboek dat hij door een park liep op een grijze vierde maart in het jaar 1980. Vandaag is het vier maart en dit vers kan ons nog altijd tot mijmeren aanzetten.
Geen wereldschokkende gebeurtenis wordt in dit vers herdacht, maar daarom niet minder belangrijk.

4 - 3 - 80 : MISSCHIEN TOCH
              (uit : Winterdagboek)

Eigenlijk zou ik iets moeten doen, ze op een of andere manier moeten
waarschuwen, ze met zwaaiende armen te hulp schieten, schreeuwen
stop, dat heeft geen zin, maar als ik zie
hoe in het grauwe maartse park tussen de rijen kale acacia's
de jongen die voor mij loopt, tweemaal zo jong
en echt als ik, eerst schuchter dan vermetel
zijn arm om het middel van het meisje slaat, alsof hun nooit
iets zou kunnen overkomen, alsof zij niet datzelfde moment,
zij ook, afliepen op ...

denk ik dat er misschien toch nog ergens hoop is

(uit : Na de dood stond ik midden in het leven. Kopstukken van de naoorlogse Poolse poëzie. Vertaling Maarten Tengbergen. Uitg. P, Leuven, 2008, blz.  272)

Zie hoe de dichter een spanning opbouwt en weet dat hij als docent literatuur scherp in de gaten werd gehouden door het toen communistische autoritaire regime en gevoelig was voor de dreigende politieke situatie (inderdaad zou kort daarna de generaal Jaruzalski de macht overnemen en de vijs nog meer aanspannen). 
Dan kan je vermoeden waarvoor hij dit jonge koppeltje wilt waarschuwen. 
En dan zijn laatste lijn zonder punt... een open einde...

1 opmerking: