Warme zomerse dagen zijn niet altijd zo welkom en vooral de hittegolfdagen vormen een uitdaging voor het menselijke lichaam én voor de samenleving. Niet zo verwonderlijk dat er sommige mensen het niet zo hebben gemunt op de zomer en zeker op de (ondertussen niet meer zo exclusief) zuiderse temperaturen.
Daarin staan ze niet alleen, wat blijkt uit een vers van de Nederlandse dichter Remco Campert (1929-2022). Hij plaatst er de koude die bewaart tegen de warmte die verwoest. Vele mensen die van ver of nabij bosbranden hebben meegemaakt of nog meemaken zullen dit wellicht beamen.
TEGEN DE ZOMER
Niets is vernielender dan de warmte.
De kou houdt in stand is statisch
de warmte beweegt met de vernieling mee
en wekt een valse schijn
van zon gezondheid zinvolle zonde.
De warmte vleit paait belooft
maakt stofgoud van stof
liefde van begeerte
poëzie van leugens.
Ik hou niet van de warmte
broedplaats van muggen en maden
poel van limonade en andere slopende dranken.
Schenk me liever klare
kou en koffie.
Destructie bevroren duidelijk zichtbaar
en aanvaardbaar.
Wie in de kou zit schept geen illusies
maar schept sneeuw vrij ongenaakbaar
in de menselijke
soms bovenmenselijke winter.
(uit : Camper, Remco, Dichter, uitg. de bezige bij, Amsterdam, 2015, blz. 211)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten