zaterdag 1 augustus 2026

Dichtersaccolade - Krynicki omarmt Celan




De Poolse dichter Ryszard Krynicki (1943) beschrijft in dit verhalende vers hoe hij een van zijn lievelingsdichters, Paul Celan (1920-1970), 'ontmoet' op 3 mei 2004. De Pool is opgegroeid in een gezin dat zwaar geleden heeft onder Wereldoorlog II. Geboren in een nazi-werkkamp, na de oorlog teruggekeerd naar hun dorp dat ondertussen van Pools grondgebied werd tot deel van de Sovjet-Unie. Vader moest dienst doen in het Rode Leger en moeder en Ryszard werden gedeporteerd naar West-Polen (vroeger Duits gebied). Pas in 1947, toen Ryszard bijna vijf jaar was, werd de familie herenigd, maar moest leven onder het juk van het 'georganiseerde socialisme'. De vervreemding en ballingschap tekenden zijn schrijverschap en maakten hem gevoelig voor die andere dichter, die ook zwaar is getekend door Wereldoorlog II en ballingschap, Paul Celan.



Een van de bundels van Krynicki is getiteld : De onafhankelijken van het niets.

KEULEN, VER WEG

Landend in Keulen,
dat ik deze keer niet bezoek,
herhaal ik in gedachten het gedicht:
Köln, Am Hof.

Ik vertaalde het tijdens de staat van beleg.
Ik dacht dat 'Am Hof' de naam van een hotel was.
Ik kon dat niet nagaan.
Naar Keulen was ver
(en verder had ik geen paspoort).

Later pas, tijdens het corrigeren van
De onafhankelijken van het niets,
in een huis van vrienden bij Warschau,
hervond ik op een van hen geleend stadsplan
dat kleine straatje
aan de voet
van de overweldigende kathedraal.

Ooit bleef daar staan
Paul Celan,
dichter, banneling, Jood,
medemens.

(3 V 2004)

(uit: Krynicki, Ryszard, De nooit te helen wond van de waarheid. Honderd gedichten., Leuven, uitg. P, 2020, blz. 80 - vertaling door René Smeets)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten