
De bundel "Destinaties" bevat 64 kwatrijnen waarin de dichter een tijdsreis maakt van bij het ontstaan van de mens tot het laatste kwart van de 20ste eeuw. Hij groepeerde deze kwatrijnen in zeven 'octaven' en het laatste octaaf start met de Franse Revolutie.
Het kwatrijn dat ik heb gekozen is het vierenvijftigste en situeert zich na Wereldoorlog II in de jaren 1960/1970, met de opkomst van de consumptiemaatschappij en het hoogtepunt van de zogenaamde Koude Oorlog (de gespannen relatie tussen het Westen en communistisch Oost-Europa onder de knoet van de toenmalige USSR).
En voor deze gedichtendag passend omdat het nadenkt over de plaats van de taal en de poëzie binnen onze samenleving.
LIV
De taal is als de velden witbestoven.
Wie poëzie zegt, roept het voor de doven.
De kou houdt aan. Poolwind fluit door je tuin.
Geen krokus zal nog bloeien in de hoven.