Ik ben al enkele maanden bezig met het lezen van de brieven van Vincent Van Gogh (Mercatoruitgave 2009). Deze brieven tonen hoe de mens en de kunstenaar Van Gogh zoekt om te (over)leven in en met en dank zij en ondanks de kunst. Wanneer hij zich in mei 1889 vrijwillig laat opnemen in een instelling in Saint-Rémy-de-Provence worden hem heel wat dagelijkse zorgen uit handen genomen en zie je hoe hij uitvoerig in zijn brieven doordenkt over zijn leven en het kunstenaarschap. Op 10 september 1889 schrijft hij over zijn pogingen om in zijn schilderijen weer te geven wat hij voelt en denkt bij bepaalde landschappen of figuren. Zeer parallel aan wat Kandinsky ruim twintig jaar later zal nastreven in zijn werken (zie berichten van januari laatst).
Het is treffend om te ontdekken hoe twee totaal verschillende artiesten in een gelijklopende zoektocht gewikkeld zijn.
Van Gogh schrijft aan zijn broer Theo :
"Wat is de toets, de penseelstreek toch iets merkwaardigs. In de openlucht blootgesteld aan de wind, de zon en de nieuwsgierigheid van de mensen werk je zo goed als je kunt, je beschildert je doek als een bezetene. Toch krijg je dan het ware en wezenlijke te pakken - dat is het moeilijkste. Maar als je die studie na enige tijd weer oppakt en de penseelstreken ordent overeenkomstig de onderwerpen - dan is dat natuurlijk harmonieuzer en aangenamer om te zien en daar voeg je dan je sereniteit en glimlach aan toe.
Ah, nooit zal ik in staat zijn mijn indrukken weer te geven van sommige figuren die ik hier gezien heb. Natuurlijk is dit de weg waar iets nieuws ligt, de weg van het Zuiden, maar de mensen van het Noorden kunnen er maar moeilijk toe doordringen. En ik weet al bij voorbaat dat ik op de dag dat ik enig succes zal hebben, zal verlangen naar mijn eenzaamheid en wanhoop van hier, toen ik door de ijzeren tralies van mijn cel de maaier beneden in het veld zag. Geen kwaad zonder baat." (Vincent Van Gogh De brieven, deel 5, blz. 92, brief 801)
Even verder noemt hij Eugène Delacroix zijn grote voorbeeld.
"En weet jij waarom de schilderijen van Eug. Delacroix - de religieuze en de historische schilderijen, La barque du Christ, de Piëta, Les croisés, zoveel allure hebben? Omdat Eugène Delacroix, als hij een Gethsemane maakt, vooraf ter plaatse is gaan kijken wat dat is, een olijfgaard en zo ook voor de zee die wordt geteisterd door een hevige mistral en omdat hij beseft moet hebben dat die mensen waarover de geschiedenis ons verhaalt, dogen van Venetië, kruisvaarders, apostelen, heilige vrouwen, van hetzelfde soort waren en op een vergelijkbare manier leefden als hun huidige afstammelingen." (ibidem)
Zo zien we hoe schilders vanuit verschillende achtergronden, in andere tijden en contexten verlangen om uitdrukking te geven aan hoe zij de wereld en hun leven beleven.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten