zondag 1 februari 2026

Dichtersaccolade in de poëzieweek - Gelman omarmt Baudelaire

 

 In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.

Er zijn dichters van alle slag en soort, het zijn nu eenmaal ook mensen. Sommige dichters beleven hun dichterschap naast een eerder kleurloos baantje als ambtenaar (vb. Anton Korteweg) of als leraar (vb. Anton van Wilderode) of... Andere dichters leven een 'kleurrijker' of een dramatischer leven. Twee zo'n dichters ontmoeten elkaar hier vandaag. Er is de Argentijnse dichter Juan Gelman (1930-2014). Zijn naam verraadt al dat hij géén hispanic-roots heeft. Zijn ouders waren Oekraïense Joden en thuis werd er Jiddisch en Russisch gesproken, terwijl hij in een voorstad van Buenos Aires in het Spaans school liep. Via zijn vijftien jaar oudere halfbroer hoorde hij als kleuter veel Russische gedichten voordragen en die klanken intrigeerden de jonge Juan. Net als zijn vader werd Juan politiek actief in linkse kringen. Na de machtsovername door de militairen in 1976 werd Gelman politiek vluchteling. De militairen ontvoerden vele tegenstanders en hun familieleden. In 1976 ontvoerden ze de zoon van Gelman en diens hoogzwangere vrouw... Beiden werden nooit teruggevonden. Gelman werkte in Europa, bij de UN in New York en in Mexico voor hij uiteindelijk terug Argentinië kon bezoeken. In 2007 ontving hij de belangrijkste literatuurprijs in de Spaanssprekende wereld, de Cervantesprijs. Hij zou in Mexico stad sterven in 2014.
Dank zij de uitgeverij P (Leuven) verscheen er een bloemlezing uit het werk van Gelman. De hiervolgende 'Comentario LIII' is vertaald door Stefaan van den Bremt.
Deze 'comentario' of kanttekening roept de figuur op van de Franse 'decadente'  dichter (symbolist-modernist) Charles Baudelaire (1821-1867). Die dichter had een turbulent bohemien leven, waarbij hij al het geld dat hij uit zijn stiefvaders fortuin had opgeëist er in twee jaar heeft doorgejaagd. Sex, drugs (o.a absint) en schandalen bezorgden hem een unieke plaats in de Franse en Europese literatuur, reeds bij leven. Dit heftige leven eiste een hoge tol. Zijn hersenen werden aangetast, hij werd eenzijdig verlamd, leed aan afasie en syfilis. Zo stierf hij na een heftig ziekbed op 46 jaar.  Die heftige passies en woelige levensloop weet Gelman goed te suggereren in zijn vier maal vierregelig gedicht.

KANTTEKENING  LIII (baudelaire)

nu vrij van honger / zuiver / zachtjes
brand jij mijn ziel op als de dag
dat niemand nog ergens om vraagt /
en liefde niet meer is als honden /

zoals een stad belegerd om
er jou te zien of dood te gaan /
of zoiets van jou omklemmen als
toegift en herfstkleur van verlangen /

of als een zoen die wachten doet /
of almaar uitdijende lichtheid
die jou aanraakt / die jou opzoekt
en al dat lijden nog niet moe is /

of onder jouw lichaam als zot
uitslaande brand van liefdes aders /
als een clausuur / als dichte nacht
die in jouw stilte neer ging knielen

(uit :Gelman, Juan, Plaatsen & Kanttekeningen. Citas y Comentarios.
Uit het Spaans vertaald door Stefaan van den Bremt & Guy Posson, uitg. P, Leuven, 2008, blz. 58)
 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten