In deze week van de poëzie breng ik elke dag niet één, maar twee dichters onder de aandacht, waarbij de ene duidelijk zijn beïnvloeding door de andere toont én zo zijn waardering en bewondering tot uiting brengt.
In de poëzie is een weerkerend thema de poëzie zelf. Dichters verbazen zich altijd weer over hun metier en daarbij lezen ze vaak andere dichters.
Zo verscheen in Het Liegend Konijn van april 2020 een cyclus korte aforistische verzen over velerlei thema's van de hand van Frans Kuipers (1942). De cyclus is een soort abc, waarbij de dichter allerlei thema's kort aanstipt. Onder de letter d heeft hij het over de Russische dichter en Nobelprijswinnaar Literatuur 1987 Joseph Brodsky (1940-1996), met ook een kleine uitweiding naar W.H. Auden (1907-1973).
Een visie op poëzie en literatuur in enkele lijnen, met een vette knipoog als uitsmijter.
ABC VAN IE
(...)
d)
Deze twee :
de stilte (immens) van de dingen
en het inktzwarte wonder van het woord.
Brodsky: 'Alleen-zijn leert je het wezen der dingen
want hun wezen is alleen-zijn.'
Brodsky (nogmaals, Auden citerend) :
'Ik heb drie grote dichters gekend,
elk een eersterangs klootzak.'
(uit: Het Liegend Konijn, 2020/1, blz. 149)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten